10 november 2007

Het einde van een gesprek.

Ik: Ik ben gewoon eerlijk!

Hij: Nee, je bent gewoon lief.




---

Wat kan je daar nou nog tegen in brengen? *haalt schouders op*

24 oktober 2007

Klacht.

Quote van vriend:

"Ik ga van de week Redband bellen.
Stophoest stopt de hoest namelijk niet!
&%$#@#$%^"

9 oktober 2007

De dag vol mogelijkheden.

Kennen jullie dat?
Dat je wakker wordt en denkt: ik heb zeeën van tijd vandaag, hoe zal ik al die tijd eens efficiënt gaan besteden? En dat je dan bijna naar bed gaat en denkt: wat een nutteloze dag. Ik heb werkelijk niets gedaan.

Ja? Nou, voor mij was vandaag zo'n dag.
Nog moe van het weekend sliep ik uit tot 10 uur. Goed uitgerust sprong ik uit bed, moest meteen mijn telefoon opnemen, want die trilde bijna van mijn tafel af, overlegde even met mijn huisgenootje over de telefoon over onze hopeloze zoektocht naar een nieuw huisgenootje, hing weer op en ging ontbijt maken. Wat ik tussen ontbijt en lunch heb gedaan weet ik niet meer, eigenlijk. Ik heb wat piano gespeeld en gezongen. En ik heb even een outfit uitgeprobeerd voordat ik me aankleedde waarvan ik dacht dat hij mega-hip zou zijn, en dat was hij. En ik heb de reclame folders bekeken. Maar daar is dus een stuk tijd verdwenen door nutteloze dingen te doen. Zeker weten, anders had ik me wel herinnerd wat het was dat ik deed.
Na mijn lunch nam ik me voor om te gaan afwassen. Deed eerst even mijn laptop aan om mail te checken. En toen was het opeens vijf voor vijf. Geschokt realiseerde ik me dat ik nog niet eens make-up op had, geen lenzen in, nog geen tanden gepoetst, en al helemáal niet klaar om weg te gaan op weg naar zangles. (En natuurlijk nog niet afgewassen.) Ik was nog op tijd, na wat gestress en gehaast.
Na zangles kwam ik thuis om half zeven. Het overleg over het zoeken naar een nieuwe huisgenootje ging meteen verder, want onze hospitatieavond viel simpelweg in het water. Er zou eventueel nog één meisje komen, was onze conclusie. Maar op dat moment hoorde ik mijn sms-toon en daar stond in dat dat meisje níet meer zou komen omdat ze al een kamer had. Gefrustreerd maar ook tevergeefs zochten we naar andere oplossingen.
Door het feit dat de hospitatieavond niet doorging, had ik weer tijd over. Dus ik ging even met mijn eten achter mijn laptop zitten. Om half 9 klopte mijn andere huisgenootje op mijn deur. Of dat meisje nog kwam. (Oeps!) Ik verontschuldigde me dat ik het haar niet op tijd had verteld, en legde de situatie uit. Zij vertelde dat ze wel een klasgenootje had die een kamer zocht. Huisgenootje 2 werd erbij gehaald, en enigszins opgelucht konden we met zijn 3en besluiten dat zij het dan maar moest worden. Ik zocht in die tijd mijn afwas bij elkaar en bracht die naar de keuken. Waste af met wat muziek op de achtergrond. Droogde ook alvast de helft af (de andere helft mag dat zelf regelen door middel van verdamping). Daarna, om half 10, strandde ik weer achter de computer. Na een half uur besloot ik dat ik maar beter naar bed kon gaan, omdat ik morgen weer om 6 uur op moet voor college. Maar tegelijkertijd met dat besluit kwam de schok dat ik daar eigenlijk wel een artikel voor had moeten lezen. Na gekeken te hebben hoe lang deze was (40 pagina's...), besloot ik alsnog te gaan slapen. Daar had ik 4 uur voor moeten uit trekken (10 per uur, reken ik altijd). Jammer maar helaas dus.

Schrikbarend, is het niet? Ik ben ruim 12 uur wakker geweest, en heb werkelijk alleen de dingen gedaan waar ik niet onderuit kon komen. (Eten, zangles en de afwas -anders had ik geen borden en bestek meer-.) Ik heb niet opgeruimd, niet gestudeerd, niet gesport, niets leuks gedaan...
Het erge is dat ik een conclusie als dit veel vaker moet maken als ik aan het eind van de dag 'de balans opmaak'. Mocht iemand weten hoe ik dit soort 'mislukte' dagen kan voorkomen... laat het alsjeblieft weten! Ik sta overal voor open.

Morgen wordt sowieso een nuttige dag, overigens. Dat weet ik nu al. Ik heb eerst van 9 tot 13 college en werkgroep (achter elkaar). Dan komt er om een uur of half 3 gezellig iemand op de koffie. Daarna zal ik al wel willen eten. En als klapper op de vuurpijl: om 20 uur ga ik een les pilates volgen op mijn sportschool. (Voor het eerst, ja.) Waarschijnlijk zak ik om half tien, als ik daarvan terug ben, nog even uitpuffend op de bank om Hell's Kitchen te kijken. En rond deze tijd zal ik, gok ik, al slapen. Dat is nog eens een nuttige dag. Wie weet vind ik zelfs nog een gaatje om even ergens te studeren, want dat zou ik toch bijna vergeten door alle drukte.
(Vraag ik me alleen af, hoe ik dat dan vandaag ben vergeten... Niet door drukte in ieder geval.)

3 oktober 2007

Kijk eens hiernaar! (of: Winkelen 2)

Ik heb wat nieuws. Het is niet eens wat heel bijzonders hoor, maar ik ben er wel heel blij mee. Een maand geleden, in mijn geld-loze-periode zei ik al tijdens het winkelen-voor-een-verjaardagscadeau tegen de vriend waarmee ik dat aan het doen was: 'die wil ik hebben!' Zijn reactie was: 'nou, dan koop je het toch?' Een logische reactie.. het ding was 15 euro... Daar hoor een 'dan koop je het toch'-reactie bij. Ik kocht het niet, want 15 euro aan zoiets besteden betekende op dat moment 15 euro goedkoper moeten eten. En dan is 15 euro opeens best veel.
Sinds vorige week woensdag heb ik weer geld. Genoeg om heel veel dingen van 15 euro te kopen. Maar toen ik gisteren naar het winkelcentrum ging (gewoon om boodschappen te doen) en langs de bewuste winkel liep, wist ik opeens waar ik mijn geld aan uit wilde geven. Dolgelukkig kocht ik het, alsof het het mooiste cadeau was wat ik mezelf kon geven en ik kon niet wachten tot ik het in gebruik kon gaan nemen.

Ik moest daar toch nog mee wachten omdat ik dit moment even met jullie wilde delen. Dus zie hier; het ding:





























Mijn oude sieradenkistje is al zeker 10 jaar oud, is te klein, onhandig en past niet bij mijn kamer. De oplettende lezers/kijkers, die óók nog eens weten wat de belangrijkste kleur in mijn slaapkamer is (de kamer waar dit geweldige kistje een plekje krijgt), zullen al beseft hebben dat de kleur van de stof aan de binnenkant perfect is. En zo heb ik het graag: perfect.

Ik heb trouwens nog steeds geen kleren gekocht, omdat ik ziek was afgelopen week, en omdat morgen de drie dwaze dagen in de Bijenkorf van start gaan. Morgenochtend sta ik dus om 8 uur... ok, 10 uur is waarschijnlijker, in de rij om van een paar van de geweldige aanbiedingen te profiteren.
(Overigens: de kans is groot dat ik dingen ga kopen die juist niet in de aanbieding zijn. Zo werkt dat namelijk bij mij. Waarom weet ik niet.)

1 oktober 2007

Collegedag 8

Ik heb een paar dagen overgeslagen -omdat ze niet boeiend genoeg waren- -en omdat ik ziek was-, maar vandaag is, nu al, log-waardig.
Ik heb straks nog 2 colleges, maar heb net al een gesprekje gehad. Er staat een half uur voor, maar ik was binnen een minuut of 5 weer buiten.

Het zat zo:
Voor het vak Cognitieve Intellectuele Ontwikkeling moet ik een paper gaan schrijven met het onderwerp Muzikale Ontwikkeling (bij kinderen). De bedoeling was dat ik vandaag om 10 uur mijn eerste opzet zou laten zien, en daar zouden we dan even over praten. Als zij op- of aanmerkingen zou hebben zou ze die tijdens het gesprekje geven. En ze zou mij verder op weg helpen met mijn paper. Iedereen uit onze werkgroep krijgt vandaag zo'n half uur.
Ik kwam binnen, verontschuldigde me dat ik te laat was (bus 10 min. te laat, trein gemist...), en er werd me verteld dat ik mocht gaan zitten. Ik toverde mijn paper-opzet uit mijn tas legde hem voor haar neus neer, en zij begon met lezen.
'Goed', 'Duidelijk', 'Helder' en 'Prima', waren haar eerste 4 woorden. Twee minuten later was ze klaar met lezen, ze vertelde me dat ik nog wel even naar het middenstuk moest kijken, omdat de structuur daar nog niet goed was. Ik vertelde dat ik nog niet eens aandacht had besteed aan de structuur, dus dat het alleen maar toeval zou zijn geweest als er nu al structuur in zou zitten.
Zij zei dat het wel goed kwam, en ik zei: "Dat is mooi."

'Ja... nu zijn we eigenlijk klaar', zei ze na die paar minuten. 'Je zult het wel onzin vinden nu, dat je hierheen moest komen. Maar er zijn écht studenten die hier al een potje van maken, en dan is zo'n tussenstap als dit heel belangrijk.' [Sorry weerklonk in al haar woorden.]
Ik zei haar dat ik het begreep en ik dat ik zo'n tussenstap echt wel fijn vond, ondanks dat mijn eerste opzet prima in elkaar zat. Ik wenste haar nog een goede dag, en zij mij ook, en we zeiden 'tot in november' tegen elkaar.


Een leuk gesprekje vond ik het. Goed voor mijn zelfvertrouwen, goed voor mijn tijd (anders had ik geen tijd gehad om dit te schrijven), goed voor mijn paper, en ook vast goed voor haar (zij had immers ook tijd over nu).
Hopenlijk hebben we begin november en begin december (respectievelijk; het tweede controlegesprek en het eindgesprek) ook maar 5 minuten nodig en krijg ik een mooi cijfer voor mijn paper.

Zo. Dan nu op weg naar mijn eerste college van vandaag.

19 september 2007

Winkelen!

Kennen jullie dat?
Dat je dus écht geen geld hebt, en door onze menselijke wat-je-niet-kan-hebben-wil-je-des-te-meer-eigenschap, kwijlend boven álle reclameblaadjes waarin kleding te vinden is hangt en je wanhopig moet realiseren dat je van het aantal euro's op je rekening nog niet eens een halve sjaal kan kopen?

Nou, ik dus wel. Toen de 'autumncollection' catalogus van de H&M gisteren in mijn postvakje lag, heb ik zeker een half uur besteed, aan het pagina voor pagina doorspitten van deze gids. Ik wilde álles hebben wat ik zag, en had de meest hippe ideeën qua combinaties met mijn huidige garderobe.
Hetzelfde geldt voor etalages. De winkels ga ik niet eens in hoor... maar de paspoppen die hun outfit achter die grote ramen staan te showen trekken ondanks mijn blutheid al mijn aandacht. Gehypnotiseerd stel ik mezelf voor in de leuke setjes die zij dragen en in mijn hoofd staat alles goed en loop ik als een echt model in die kleren rond.
Inmiddels ben ik al zeker een maand platzak en heb ik er een symptoom bij. Dat krijg je als je blutheid chronisch lijkt te worden. Het zijn namelijk niet alleen de kleren uit de reclamefolders en de etalages die ik wil hebben.. nee hoor. Ook als geen van die twee dingen in de buurt zijn ben ik in stilte aan het 'winkelen'. Iedere voorbijganger op straat, elke vriendin die ik zie en alle klanten die ik op mijn werk help bekijk en keur ik van top tot teen. In gedachten pas ik hun spijkerbroeken en zie ik mezelf in hun jassen lopen. Wéér wil ik alles hebben. En wéér moet ik beseffen dat ik al die mooie kleren uit mijn hoofd moet zetten.
Wat een marteling.

Godzijdank krijg ik morgen huur- en zorgtoeslag, aanstaande maandag studiefinanciering en volgende week woensdag salaris. Dus als jullie me zoeken daarna... ben ik winkelen!

Collegdag nummer 4.

Mijn docent van vandaag heeft zijn roeping gemist. Ik weet het zeker. Maar ik ben werkelijk dolblij dat hij dat heeft gedaan, want hij was geweldig vandaag. Jullie snappen straks wel wat ik bedoel.

Het college van vandaag ging over schizofrenie. (Dat betekent niet dat je een gespleten/meervoudige persoonlijkheid hebt, om die misvatting even te doorbreken. Het betekent dat je last van wanen hebt en hallucinaties en ook wel gedesoriënteerd bent en de realiteit een beetje (veel en vaak) kwijt raakt. - om het even simpel en in anderhalve zin uit te leggen.)
De docent begon met een filmpje waarin we een 21 jarige zagen, die alles, overduidelijk, niet helemaal op een rijtje had. Het meisje had een schizofrene stoornis, en zou daar waarschijnlijk nooit meer vanaf komen. De docent gaf daarna een heel levendig college, steeds terugverwijzend naar het meisje uit het filmpje, waarin hij ons actiever dan we gewend zijn bij het college betrok. Zó levendig dat hij toen hij het verschil tussen wanen (kenmerk van schizofrenie) en een manie (kenmerk van manische depressiviteit) wilde uitleggen het 'gewoon' maar even uitspeelde.
Hoe dat eruit zag? Nou, heel geloofwaardig. Alsof hij nooit wat anders doet.
Om waanideeën uit te beelden wees hij naar de luidsprekers, achter in de collegezaal, die bedoeld zijn om zijn stemgeluid via een microfoon ook op de achterste banken duidelijk te maken. Hij riep dat dat stiekem camera's waren, omdat ze hem in de gaten houden. Ze willen namelijk alles weten wat hij doet. En daarom zijn overal camera's. En ze geven hem ook boodschappen. In de krant soms, of op de radio. Wij zouden dat niet kunnen horen, maar híj hoort ze en begrijpt ze.
Om duidelijk te maken hoe een (hypo)manie eruit ziet, deed hij alsof hij in een gebouw stond en politie buiten zag staan, en opeens heel helder zonlicht zag. Dat was een boodschap van god, híj was uitverkoren om de politie te helpen en hij rende naar beneden. Hij ging met zijn armen wijd voor de politie staan en zei met een harde, zware stem dat ze moesten stoppen en dat hij ze wel zou helpen, dat hij orders van God heeft gekregen om dit te doen, en dat het allemaal goed kwam. Hij was de uitverkorene.

Het was, zoals ik al vertelde, heel geloofwaardig. Heel de zaal zat muisstil op het puntje van zijn stoel. Ik dus ook. En behalve dat deed hij nog veel meer met me. Hij maakte me laaiend enthousiast. Ik voelde me bijna een echte psycholoog op de momenten dat ik meedacht met wat hij vertelde over het meisje en alles waar zij last van had. Hij wakkerde zo'n ik-wil-hier-alles-over-weten-drang aan... en als een docent dat in één college voor elkaar krijgt is hij goed geweldig.

Helaas voor hem dat hij nooit voor een baan als acteur heeft gekozen, want dat is duidelijk zijn roeping. Maar fijn voor ons dat hij in doceren zijn roeping ziet. Anders zou collegedag nummer 4 nooit zo leuk zijn geweest!

17 september 2007

Collegedag nummer 3.

De docent vertelt en klikt door zijn sheets. Ik pen druk mee. Luister soms bedachtzaam. En luister soms maar half, omdat mijn gedachten me wegvoeren. Dan schrik ik wel weer wakker, een keer. Woorden als 'staat niet in boek' en 'belangrijk' of 'tentamenstof', werken als wekker in mijn dagdromen. Snel schrijf ik dan weer op wat de docent zegt. Het meisje naast me is elke keer als ik schrijf weer enthousiast. Over mijn rechterarm gluurt ze mee, en schrijft snel over wat ik neerzet. Ik ken haar wel, van vorige jaren. Maar ben wel benieuwd of ze ook van vreemden kopiëert.
In mijn tussenuren doe ik wat dingen op de computer. Lees een artikel. En word vooral afgeleid door alles en iedereen die langsloopt of in de buurt zit. Verhalen van anderen eisen mijn aandacht op, ook al zijn ze alles behalve boeiend. Ook al ken ik de verteller niet. Waarschijnlijk is het gewoon interessanter dan mijn artikel. Neuropsychologie is het onderwerp. Nooit mijn ding geweest.
Daarna nog een college. Cognitieve Neuropsychologie in de ontwikkeling van een kind. (Amen.) Het artikel wordt wat duidelijker. Godzijdank. Na weer 3 pagina's aantekeningen gemaakt te hebben, loop ik richting het station. Dit was dan collegedag nummer 3.



Inderdaad. Ik ben weer begonnen. En ben inmiddels over de helft.
Voor u staat schrijft een derdejaars student Psychologie.
En ja: damn proud of it, natuurlijk.

5 september 2007

Hoi Opa... (Dag Opa...)

Hoi Opa,

hoe gaat het? Ik vind het zo fijn dat je geen pijn meer hebt nu. Waar ben je nu? Houd het allemaal op, als je dood bent? Of is er zoiets als een hemel, waarvandaan je ons in de gaten kan houden? Ik hoop voor jou dat er een hemel is. Want dan kan je vanaf jouw wolkje álles volgen wat wij hier op aarde doen. Als een trotse opa.

De komende jaren heb je genoeg om trots te zijn hoor. Ík heb nog twee jaar om mijn studie af te ronden, en moet daarna een baan gaan zoeken. M. gaat het komende schooljaar afstuderen. C. zit nu nog een paar jaar op de basisschool, maar zal daarna de grote stap naar de middelbare school gaan maken. En P. is nu al bezig met grote stappen zetten. Het zal niet lang meer duren voordat hij zijn rijbewijs heeft. Het rijbewijs wat jij en oma hem voor zijn achttiende verjaardag gaven. Afgelopen maandag had hij zijn eerste collegedag in Eindhoven. Hij heeft gekozen voor een technische studie, zoals jij hem al jaren aanraadde. En hij is ook nog hard op zoek naar een studentenkamer. Ik weet zeker dat je er van baalt dat je niet kan helpen verbouwen en verven in zijn nieuwe optrekje. Want dat had je absoluut met plezier gedaan. Toen ík ruim een jaar geleden aan het klussen was in mijn kamer, hielp je op alle voor jou mogelijke punten en momenten. En op de dag van mijn verhuizing reed jij heen en weer, om al mijn spulletjes veilig over te brengen.

Want zo was je. Je had alles voor ons over. Ik heb er nooit misbruik van gemaakt, maar ik wist wel dat ik maar een kik hoefde te geven en je stond klaar om me ergens heen te brengen. Of me op te halen ergens vandaan. Of me te helpen met iets waar ik op mijn leeftijd nog helemaal niets van snap. Mijn belastingaangifte bijvoorbeeld.

Ja. Je stond altijd voor ons klaar. En je was trots op alles wat we deden. Ook al heb je dat nooit op die manier gezegd; ik weet zeker dat het zo was. Een week of 3 geleden zag ik je voor het laatst. Ik haalde jullie met de auto op om daarna bij papa te gaan barbecuen. Het was één van die zeldzame weekenden met lekker weer deze zomer. Voordat we wegreden merkte oma op dat dit de eerste keer was dat jullie bij míj in de auto zaten, in plaats van andersom. Nu zouden jullie gaan ondervinden of het geld wat jullie in het halen van mijn rijbewijs hebben gestoken goed besteed is. Ondanks mijn lichte nervositeit door die opmerking, parkeerde ik de auto even later na een foutloze rit met een scherpe bocht voor papa’s garagedeur. Oma zei het meteen. Ik had prima gereden, en het was hun geld waard geweest. Jij zei niks op dat moment, maar even later zei je wel tegen P.: ‘je zus kan goed rijden’. Ondanks de indirectheid van je complimentje betekende het veel voor me dat je dat zei. Je gaf me de bevestiging die ik nodig had: je was trots op me. En ik ga ervan uit dat je dat nog steeds bent. En ook altijd zal zijn. Een trotse opa. Hou ons daarom ook maar goed in de gaten.

De afgelopen dagen heb ik met veel mensen gepraat. Iedereen zei hetzelfde: ik heb veel herinneringen aan een leuke opa. Want een leuke opa was je. Tot je ziek werd kon je álles nog. Dus deed je ook van alles met ons. Toen ik nog maar nét kon lopen en amper kon praten trokken we er al samen op jouw fiets op uit. Dieren kijken in het hertenkampje. Of eenden voeren met een paar sneetjes oud brood. Toen P. oud genoeg was, nam je hem mee naar voetbalwedstrijden. We gingen samen met je schaatsen, zodra de Lekkerkerkse sloten het toelieten en je vertelde ons voor het slapen verhaaltjes over kabouter Puntmuts. Toen P. en ik wat ouder werden en wat meer onze eigen weg gingen, was C. er om leuke dingen mee te doen, om mee te spelen en om verhaaltjes te vertellen als ze kwam logeren.

Ik weet nog goed dat je ons altijd voor de gek probeerde te houden als we kwamen logeren. Zodra P. en ik de deur binnenstapten met een tas met logeerspullen, keek je verbaasd en vroeg je wat we kwamen doen. Als we dan enthousiast en in koor ‘logeren’ zeiden, keek je zorgelijk en vertelde je daar niks van af te weten. ‘Wist jij dat Nathalie en P. komen logeren? Hebben we dan wel genoeg eten?’ vroeg je daarna aan Oma. Oma keek ons dan altijd even geruststellend aan, en zei dan tegen jou dat ze dat natuurlijk wel wist, maar dat jij was vergeten. Jij gaf ons dan een dikke knipoog en zei: ‘Oh, wat dom van me! Nou, dan moet ik maar snel een verhaaltje over kabouter Puntmuts gaan verzinnen.’ Toen we wat ouder werden begrepen we dat je ons voor de gek hield. Maar pas véél later nog stopte je met het vertellen over kabouter Puntmuts. Want jouw verhaaltjes bleven leuk.

Opa… Wie had dit nou gedacht een jaar geleden? Jij en oma maakten nog wilde plannen voor vakanties en natuurlijk jullie grote huwelijksfeest waarvan niemand mocht weten waar het was. Het is zo snel gegaan. Veel te snel. Niemand had dit verwacht. Ik was nog niet eens aan het idee gewend dat je ziek was, toen ik hoorde dat we afscheid van je moesten gaan nemen. Je wilde niet meer. Je had te veel pijn. Dat snap ik. Je hoeft nu eindelijk niet meer te vechten.

Lieve Opa, rust zacht. Wij zullen je nooit vergeten en voor altijd missen.

10 augustus 2007

Bril-loos

Ja, het is een beetje stil rondom mij. Zomervakantie hè. Dan is het stil rondom iedereen. Kranten en journaaluitzendingen vullen die stilte met komkommernieuws. Ik niet; ik blijf gewoon stil. Want sinds wanneer is iemand geïnteresseerd in komkommernieuws? (Overigens heeft NRC-next een kolom vol komkommernieuws -zonder het bij die naam te noemen, maar de komkommer op het dagelijks bijbehorende plaatje zegt genoeg-, waarin ze vorige daadwerkelijk nieuws over komkommers hadden. Dat is wel weer leuk, vind ik.)

Mijn nieuwtje van de week is dat ik bril-loos ben. Gisteren mocht ik mijn lenzen 4 uur in, de dag daarvoor 2 uur, vandaag 6 uur, morgen 8 uur en de dag erna (nee, niet 10, zou je denken hè?) mag ik het helemaal zelf bepalen. Is het niet geweldig? (Helaas is dat een zondag, dus ben ik bang dat ik niet eens de moeite neem om ze in te doen, maar dat is slechts bijzaak.)
Wel een heel proces hoor: lenzen halen. Het is minstens een maand geleden toen ik voor het eerst langs de opticien ging en aangaf dat ik mijn bril voor lenzen in wilde gaan ruilen. Afspraak, telefoontje, weer een afspraak, en nu volgende week ook weer een afspraak; voor controle. Die controle is ook wel nodig. Want ik zit me stiekem scheel te turen naar het beeldscherm van mijn laptop op dit moment. En ik weet ook heel zeker dat mijn linkeroog nog met -0,25 bijgesteld mag worden. Want als ik mezelf even semi-professioneel test, blijkt mijn rechteroog perfect te zien met de rechterlens, maar het zich van mijn linkeroog is nog niet optimaal. En dat moet het natuurlijk wel worden, dus dat wordt waarschijnlijk weer wachten op een telefoontje na de afspraak van volgende week, en dan weer een afspraak.. en dan natuurlijk daarna weer een controleafspraak. Je bent zo 2 maanden verder hoor, voordat je eenmaal scherp door die twee flinterdunne plasticjes kan zien.

Het erin krijgen van die lenzen is ook zoiets... Vanmiddag kreeg ik het voorelkaar om mijn linkerlens dubbelgeklapt in mijn oog te krijgen. Geen idee of dat een prestatie is, of heel gewoon voor een lenzen-nieuweling, maar pijn deed het wel zeg. Woensdagmiddag, afspraak nummer 2, was het om 16 uur tijd om te oefenen met mijn lenzen. Met een opticien-assistent (als dat een beroep is, anders was het gewoon een winkelhulpje) ging ik achter een klein tafeltje met een grote spiegel erop zitten en zij gaf mij wat instructies. Na twee of drie missers zat mijn rechterlens erin, en links volgde al snel. Toen oefenen met eruit halen: rechts ging eruit. En omdat ik ervoor koos om ze meteen twee uur te laten zitten (zoals het hoort op de eerste dag) mocht rechts er daarna meteen weer in.
Ik denk dat mijn oog op dat moment dacht: ja, daaahaaaaaag... dit is genoeg geweest, die lens is niet meer welkom. Omdat opgeven niet echt een optie is tijdens het enige oefenmoment wat je krijgt op het gebied lenzen-indoen, zette ik door. Poging 15 (of was het 25?) had eindelijk succes. Voorzichtig keek ik in de spiegel met en naar het heftig protesterende oog. Het zag eruit alsof ik net van een enorm emotionele begrafenis kwam. De tranen zaten overal, mijn oog was volledig rood doorlopen, en al mijn wimpers zaten samengeplakt. Dit was echter net zo snel weg als het gekomen was, want met hulp van wat tissues, zag ik er al snel weer toonbaar uit. (En ook dankzij het feit dat ik me had gerealiseerd dat mascara op doen op de lenzen-oefen-dag niet slim zou zijn.)

Op dit moment zit ik mooi opgemaakt te wachten op R., die zo langskomt, en stiekem hoop ik dat ze vraagt 'hee, waar is je bril', want dan kan ik zeggen: 'die heb ik niet meer nodig, want ik heb lenzen!!!'.
Inderdaad. Ik ben er blij mee, dolgelukkig eigenlijk. Want ondanks dat mijn linkeroog wat achterblijft op dit moment en de lettertjes die ik typ zachtjes dansen over het scherm, voel ik me honderd keer mooier dan ik de afgelopen maanden heb gedaan. En ook honderd keer mooier dan voordat ik ooit met mijn bril begon. 'Je mist iets pas, als je het niet meer hebt', zegt men. En dat klopt. Maar godzijdank heb ik mijn bril-loos-heid weer terug, want inderdaad... wat heb ik dat gemist.