Een ongeveer 2-jarig meisje liep, tijdens het uur vertraging wat we hadden opgelopen en welke we met wat winkeltjes kijken probeerden te vullen, met het kleinste koffertje dat we beide ooit hadden gezien, op Schiphol. Een koffertje dat voor mij misschien groot genoeg zou zijn geweest als make-up tasje, meer niet. Kennelijk had zij hem (ook) niet volgestopt met onvervangbare spulletjes, want zodra ze wat interessants zag liggen in een winkeltje, liet ze haar koffer staan waar ze op dat moment stond en rende de winkel in. Daar stond het koffertje dan; verlaten, midden op straat, op een zwaar beveiligd Schiphol.
C. en ik vroegen ons af hoelang het zou duren voordat de eventuele bom in dit verdachte bagagestuk onschadelijk gemaakt zou proberen te worden.
Maar voordat iemand, behalve wij, zich druk maakte over het mini-koffertje, greep de vader van het meisje hem snel vast en nam hem mee het winkeltje in.
De terroristendienst hoefde dus niet ingeschakeld te worden. En sowieso vraag ik me af hoe serieus ze de dreiging zouden nemen van een blauw koffertje ter grootte van een portemonnee met Dora erop...
23 juli 2008
21 juli 2008
Vakantie, deel 1: Terug uit Tunesië.
Gisterenochtend lag ik om 05.00 in bed. Twee uur daarvoor waren we aangekomen op Schiphol. Na láng wachten op de koffers en ons ontzettend verbazen over hoe druk het op zo'n tijdstip op het vliegveld is, konden we bij mijn vader in de auto stappen. Na een tussenstop bij een benzinestation -we hadden al veeeeeel te lang niks gegeten-, reden we naar Rotterdam, druk vertellend wat we in Tunesië allemaal hebben gedaan, gezien en meegemaakt. En dat is nogal wat hoor, maar ik zal jullie niet lastig vallen met alle vakantieverhalen. Die zijn toch meestal leuker als je erbij was.
Dat neemt niet weg dat er een aantal dingen zijn die ik wel graag wil delen. Niet allemaal in één keer, dat zou te veel worden, dus blijf mijn logje in de gaten houden, als je de vervolg-verhalen ook wil lezen.
In dit logje alleen even wat algemene dingen, die leuk genoeg zijn om te vertellen. Eigenlijk een antwoord op de vraag 'hoe is het om in Tunesië op vakantie te gaan?':

Tunesië is zonder twijfel het meest westerse land van heel Afrika. Kerk en staat zijn gescheiden, vrouwen hebben dezelfde rechten als mannen en als meest bijzondere voorbeeld: zij hebben er het Burka-verbod wat de regering hier in Nederland niet door krijgt. De regering zorgt voor stromend water en stroom voor alle mensen, er worden snelwegen aangelegd en ze creëren heel veel banen in het land. Toch leven veel mensen in armoede. Veel huizen zijn niet af. Sommige hebben niet eens een dak. Soms voelde dat wel oneerlijk, bedenkend dat wij in een luxe 5-sterren hotel zaten. Sowieso waren die 5 sterren wel wennen. Zeker omdat wij voor all-inclusive hadden gekozen. We werden als prins en prinses behandeld. Ik ben toch wel erg gewend dingen zelf te doen, als ik ze gewoon zelf kan. Maar uiteindelijk beviel het wel, hoor.

Ons kamermeisje maakte onze slaapkamer vaak extra mooi.
Wel lastig was de taalbarrière. De mensen daar spreken Arabisch. In die taal kan ik alleen 'nee' en 'dankjewel' zeggen. Dat is dus niet genoeg om gesprekken in te voeren. Gelukkig doet iedereen wel heel erg zijn best om andere talen te leren, maar vloeiend worden ze geen van allen. Frans, Duits en Engels door elkaar spraken wij dus door elkaar met alle obers, winkeliers en andere mensen. Dat zorgde geregeld voor misverstanden, met als toppunt een man die dacht dat 'without' hetzelfde was als 'with', waardoor ik water 'with bubbles' kreeg, in plaats van 'without bubbles'. Toen ik zei dat het niet goed was begreep hij er niks van. Ik had immers om water mét koolzuur gevraagd. Gelukkig kreeg ik wel gewoon weer een nieuwe fles, zonder bubbeltjes. Want vriendelijk waren alle mensen wel. Meer tegen mij dan tegen C. Maar ik verwacht dat ze mij als 'vrouw' gewoon wat interessanter vonden. De enige mensen die ik niet vriendelijk vond waren de koopmannetjes uit de winkels. Die trokken je óf letterlijk óf met woorden hun winkel in en probeerden je over te halen dingen te kopen waarbij ze steevast beloofden een 'good price' voor je te zullen gaan maken. Ik vond dat het winkelen daar een stuk minder leuk van werd, want je kon nergens rustig kijken. Gelukkig waren er in de meest toeristische gebieden ook wat winkeltjes met 'fixed prices', daar hoef je niet af te dingen, en de mensen laten je gewoon rustig kijken. Daar komen dus ook mijn souvenirtjes vandaan.
Iets wat ook wel erg wennen was, was het geld. De Tunesische Dinar kent geen centen, maar millimes. Dat wil dus zeggen dat er geen 2 cijfers achter de komma staan, maar 3 cijfers. Niet dat we prijzen hebben gezien waarbij de laatste twee cijfers anders dan een nul waren, maar het zag er wel heel raar uit. En hoe we het moesten uitspreken was al helemaal onduidelijk. Wij spreken € 2,50 als 'tweevijftig' uit, maar om DT 2,500 nou als 'tweevijfhonderd' uit te spreken... dat klinkt écht niet. Hoe het officieel moet weten we, geloof ik, niet steeds niet. Overigens is álles in Tunesië heel goedkoop, behalve chips. Een zak chips kan daar, omgerekend, wel 3 euro kosten. De benzine was er echter maar 90 cent per liter. (Niet eerlijk.)
Nog iets raars is het verkeer in Tunesië. Een theorie-examen zullen ze daar wel niet hoeven te doen, want regels ontbreken volledig. De wegen hebben rijbanen, maar alle strepen hierop worden gewoon genegeerd. Snelheidsbeperkingsborden zijn voor de inwoners slechts een versiering van de weg. Op één meter afstand van je voorganger rijden op een snelheid van ruim honderd kilometer per uur is heel normaal. Toeteren doen ze naar zo veel mogelijk mensen. En inhalen kan ook prima als er tegenliggers aankomen, die schuiven dan gewoon een beetje meer naar rechts. De enige regel die er lijkt te zijn is dat je voorrang hebt op iedereen zolang je gewoon rechtdoor gaat. En dat lijkt nog te werken ook, want behalve een van de weg geraakte vrachtwagen hebben we geen ongeluk gezien of gehoord. Taxi's in Tunesië zijn geel en werken precies omgekeerd in vergelijking met Nederland. Als je daar over straat loopt en je hoort getoeter naast je, is de kans groot dat er een taxi naast je rijdt op wandel-snelheid, hopend dat je die taxi wil nemen in plaats van verder lopen. Op drukke stukken gebeurt dat ongeveer iedere 25 meter. Wij hebben er geen gebruik van gemaakt. Wel van het treintje wat tussen de hotel-boulevard en het centrum van de stad rijdt. (Dat was nog goedkoper dan de taxi ook. Én leuker.)
In de loop van de week heb ik al regelmatig over dit stukje tekst nagedacht. Van sommige dingen wist ik al precies hoe ik ze zou gaan beschrijven. Zonder dit ooit van te voren te hebben kunnen voorspellen moest ik een paar stukjes die al bijna "af" waren in mijn hoofd, in de laatste dagen herzien. Namelijk de volgende:
Het weer.
Er was niks mis met het weer hoor, zelfs niet in de laatste dagen. We hebben 12 dagen lang in temperaturen van meer dan 40 graden geleefd, en zijn megabruin geworden. (Ik ben zelfs verbrand in de schaduw, wie had dat gedacht...) Grappig was dat er in de eerste dagen wat bewolking was, en op een gegeven moment voelden we allebei een paar druppels regen. Het waren kleine druppels, en het waren er hoogstens 3, maar wij, als ervaren Nederlanders, reageerden erop door razendsnel naar binnen te vluchten. Totaal onnodig, want het bleef bij die paar spatjes, en de zon brak binnen no-time weer door.
Toen we terugkwamen van onze excursie in de Sahara (zie logje wat later zal verschijnen), op onze laatste dag van de vakantie -op de vertrekdag na-, zaten we opeens midden in een zandstorm. Dat was al heel bizar, want die kennen we eigenlijk alleen maar uit verhalen, maar nu zagen we dus echt hoe zoiets is. De windkracht wordt ineens heel sterk en het zicht wordt, door het zand wat door de wind alle kanten op wordt geblazen, beperkt tot een paar honderd meter. Op zo'n moment kan je dus beter binnen zijn (wij zaten in de bus). Na deze bijzondere ervaring betrok de lucht en kwamen we terecht in een zware onweers- en regenbui, precies zoals we ze in Nederland ook kunnen hebben. Echter met één verschil: het regent daar eigenlijk nooit, dus al het water blijft overal staan, de wegen raken doorweekt en alles loopt onder door de hoeveelheid water die de grond niet kan verwerken. Gelukkig kon onze buschauffeur met alle weer&wind omgaan en zijn we veilig aan de zonnige kust terug gekomen.

Beestjes.
Iedereen die mij van dichtbij meemaakt, leert op een gegeven moment dat ik niet zo van kleine Beestjes hou. Beestjes zijn eng. Ik was dan ook dolblij dat er in Tunesië in deze tijd van het jaar amper insecten rondvliegen en dat we verder geen enge kleine kruipende dieren tegenkwamen. Er liepen wel mieren rond die zo groot waren als spinnen, maar die hadden niet echt de neiging om mensen op te zoeken. Verder op een hoop vliegen en soms een enkele mug na, waren er geen enge Beestjes. Uiterst gelukkig hiermee was ik van plan dit op mijn logje te gaan vermelden.
Tot de laatste nacht in ons hotel...
Om half 7 's ochtends moest ik naar de WC, dus stapte mijn bed uit en liep half slapend door de gang, ik deed de wc deur open en op het moment dat ik hem weer achter me dicht doe zie ik de grootste kakkerlak in de wc langs mijn blote voeten rennen die ik ooit had gezien. Ik schrok me wezenloos, trok mijn voeten omdebeurt de lucht in, maar het beest rende gelukkig langs me heen, een hoekje van de WC in. In één beweging gooide ik de deur weer open, liep snel naar buiten, en deed de deur weer dicht. Shit, dacht ik met een hartslag van 200 slagen per minuut, want ik moest toch wel echt plassen, maar no way dat ik daar nog naar binnen ging. En ik ben ook écht niet dapper genoeg om dat beest te vangen en buiten te zetten. Schaamtevol, maar vooral vol met een overheersende paniek, maakte ik C. wakker. Hij was wel dapper, en heeft het monster met een WC-papiertje vastgepakt en daarna heldhaftig van ons balkon afgegooid. Ik had mezelf inmiddels met opgetrokken benen op de bank geïnstalleerd. Het duurde daarna nog wel een tijdje voordat mijn hartslag normaal was, nóg langer voordat ik de grond weer aan durfde te raken en een uur voordat ik weer naar de WC durfde.
Opeens was ik heel blij dat we naar huis zouden gaan die dag.
Dit was het even voor nu. Verdere verhalen, onder andere over onze excursies, komen nog.
Dus...: wordt vervolgd.
Dat neemt niet weg dat er een aantal dingen zijn die ik wel graag wil delen. Niet allemaal in één keer, dat zou te veel worden, dus blijf mijn logje in de gaten houden, als je de vervolg-verhalen ook wil lezen.
In dit logje alleen even wat algemene dingen, die leuk genoeg zijn om te vertellen. Eigenlijk een antwoord op de vraag 'hoe is het om in Tunesië op vakantie te gaan?':
Tunesië is zonder twijfel het meest westerse land van heel Afrika. Kerk en staat zijn gescheiden, vrouwen hebben dezelfde rechten als mannen en als meest bijzondere voorbeeld: zij hebben er het Burka-verbod wat de regering hier in Nederland niet door krijgt. De regering zorgt voor stromend water en stroom voor alle mensen, er worden snelwegen aangelegd en ze creëren heel veel banen in het land. Toch leven veel mensen in armoede. Veel huizen zijn niet af. Sommige hebben niet eens een dak. Soms voelde dat wel oneerlijk, bedenkend dat wij in een luxe 5-sterren hotel zaten. Sowieso waren die 5 sterren wel wennen. Zeker omdat wij voor all-inclusive hadden gekozen. We werden als prins en prinses behandeld. Ik ben toch wel erg gewend dingen zelf te doen, als ik ze gewoon zelf kan. Maar uiteindelijk beviel het wel, hoor.
Ons kamermeisje maakte onze slaapkamer vaak extra mooi.
Wel lastig was de taalbarrière. De mensen daar spreken Arabisch. In die taal kan ik alleen 'nee' en 'dankjewel' zeggen. Dat is dus niet genoeg om gesprekken in te voeren. Gelukkig doet iedereen wel heel erg zijn best om andere talen te leren, maar vloeiend worden ze geen van allen. Frans, Duits en Engels door elkaar spraken wij dus door elkaar met alle obers, winkeliers en andere mensen. Dat zorgde geregeld voor misverstanden, met als toppunt een man die dacht dat 'without' hetzelfde was als 'with', waardoor ik water 'with bubbles' kreeg, in plaats van 'without bubbles'. Toen ik zei dat het niet goed was begreep hij er niks van. Ik had immers om water mét koolzuur gevraagd. Gelukkig kreeg ik wel gewoon weer een nieuwe fles, zonder bubbeltjes. Want vriendelijk waren alle mensen wel. Meer tegen mij dan tegen C. Maar ik verwacht dat ze mij als 'vrouw' gewoon wat interessanter vonden. De enige mensen die ik niet vriendelijk vond waren de koopmannetjes uit de winkels. Die trokken je óf letterlijk óf met woorden hun winkel in en probeerden je over te halen dingen te kopen waarbij ze steevast beloofden een 'good price' voor je te zullen gaan maken. Ik vond dat het winkelen daar een stuk minder leuk van werd, want je kon nergens rustig kijken. Gelukkig waren er in de meest toeristische gebieden ook wat winkeltjes met 'fixed prices', daar hoef je niet af te dingen, en de mensen laten je gewoon rustig kijken. Daar komen dus ook mijn souvenirtjes vandaan.
Iets wat ook wel erg wennen was, was het geld. De Tunesische Dinar kent geen centen, maar millimes. Dat wil dus zeggen dat er geen 2 cijfers achter de komma staan, maar 3 cijfers. Niet dat we prijzen hebben gezien waarbij de laatste twee cijfers anders dan een nul waren, maar het zag er wel heel raar uit. En hoe we het moesten uitspreken was al helemaal onduidelijk. Wij spreken € 2,50 als 'tweevijftig' uit, maar om DT 2,500 nou als 'tweevijfhonderd' uit te spreken... dat klinkt écht niet. Hoe het officieel moet weten we, geloof ik, niet steeds niet. Overigens is álles in Tunesië heel goedkoop, behalve chips. Een zak chips kan daar, omgerekend, wel 3 euro kosten. De benzine was er echter maar 90 cent per liter. (Niet eerlijk.)
Nog iets raars is het verkeer in Tunesië. Een theorie-examen zullen ze daar wel niet hoeven te doen, want regels ontbreken volledig. De wegen hebben rijbanen, maar alle strepen hierop worden gewoon genegeerd. Snelheidsbeperkingsborden zijn voor de inwoners slechts een versiering van de weg. Op één meter afstand van je voorganger rijden op een snelheid van ruim honderd kilometer per uur is heel normaal. Toeteren doen ze naar zo veel mogelijk mensen. En inhalen kan ook prima als er tegenliggers aankomen, die schuiven dan gewoon een beetje meer naar rechts. De enige regel die er lijkt te zijn is dat je voorrang hebt op iedereen zolang je gewoon rechtdoor gaat. En dat lijkt nog te werken ook, want behalve een van de weg geraakte vrachtwagen hebben we geen ongeluk gezien of gehoord. Taxi's in Tunesië zijn geel en werken precies omgekeerd in vergelijking met Nederland. Als je daar over straat loopt en je hoort getoeter naast je, is de kans groot dat er een taxi naast je rijdt op wandel-snelheid, hopend dat je die taxi wil nemen in plaats van verder lopen. Op drukke stukken gebeurt dat ongeveer iedere 25 meter. Wij hebben er geen gebruik van gemaakt. Wel van het treintje wat tussen de hotel-boulevard en het centrum van de stad rijdt. (Dat was nog goedkoper dan de taxi ook. Én leuker.)
In de loop van de week heb ik al regelmatig over dit stukje tekst nagedacht. Van sommige dingen wist ik al precies hoe ik ze zou gaan beschrijven. Zonder dit ooit van te voren te hebben kunnen voorspellen moest ik een paar stukjes die al bijna "af" waren in mijn hoofd, in de laatste dagen herzien. Namelijk de volgende:
Het weer.
Er was niks mis met het weer hoor, zelfs niet in de laatste dagen. We hebben 12 dagen lang in temperaturen van meer dan 40 graden geleefd, en zijn megabruin geworden. (Ik ben zelfs verbrand in de schaduw, wie had dat gedacht...) Grappig was dat er in de eerste dagen wat bewolking was, en op een gegeven moment voelden we allebei een paar druppels regen. Het waren kleine druppels, en het waren er hoogstens 3, maar wij, als ervaren Nederlanders, reageerden erop door razendsnel naar binnen te vluchten. Totaal onnodig, want het bleef bij die paar spatjes, en de zon brak binnen no-time weer door.
Toen we terugkwamen van onze excursie in de Sahara (zie logje wat later zal verschijnen), op onze laatste dag van de vakantie -op de vertrekdag na-, zaten we opeens midden in een zandstorm. Dat was al heel bizar, want die kennen we eigenlijk alleen maar uit verhalen, maar nu zagen we dus echt hoe zoiets is. De windkracht wordt ineens heel sterk en het zicht wordt, door het zand wat door de wind alle kanten op wordt geblazen, beperkt tot een paar honderd meter. Op zo'n moment kan je dus beter binnen zijn (wij zaten in de bus). Na deze bijzondere ervaring betrok de lucht en kwamen we terecht in een zware onweers- en regenbui, precies zoals we ze in Nederland ook kunnen hebben. Echter met één verschil: het regent daar eigenlijk nooit, dus al het water blijft overal staan, de wegen raken doorweekt en alles loopt onder door de hoeveelheid water die de grond niet kan verwerken. Gelukkig kon onze buschauffeur met alle weer&wind omgaan en zijn we veilig aan de zonnige kust terug gekomen.
Beestjes.
Iedereen die mij van dichtbij meemaakt, leert op een gegeven moment dat ik niet zo van kleine Beestjes hou. Beestjes zijn eng. Ik was dan ook dolblij dat er in Tunesië in deze tijd van het jaar amper insecten rondvliegen en dat we verder geen enge kleine kruipende dieren tegenkwamen. Er liepen wel mieren rond die zo groot waren als spinnen, maar die hadden niet echt de neiging om mensen op te zoeken. Verder op een hoop vliegen en soms een enkele mug na, waren er geen enge Beestjes. Uiterst gelukkig hiermee was ik van plan dit op mijn logje te gaan vermelden.
Tot de laatste nacht in ons hotel...
Om half 7 's ochtends moest ik naar de WC, dus stapte mijn bed uit en liep half slapend door de gang, ik deed de wc deur open en op het moment dat ik hem weer achter me dicht doe zie ik de grootste kakkerlak in de wc langs mijn blote voeten rennen die ik ooit had gezien. Ik schrok me wezenloos, trok mijn voeten omdebeurt de lucht in, maar het beest rende gelukkig langs me heen, een hoekje van de WC in. In één beweging gooide ik de deur weer open, liep snel naar buiten, en deed de deur weer dicht. Shit, dacht ik met een hartslag van 200 slagen per minuut, want ik moest toch wel echt plassen, maar no way dat ik daar nog naar binnen ging. En ik ben ook écht niet dapper genoeg om dat beest te vangen en buiten te zetten. Schaamtevol, maar vooral vol met een overheersende paniek, maakte ik C. wakker. Hij was wel dapper, en heeft het monster met een WC-papiertje vastgepakt en daarna heldhaftig van ons balkon afgegooid. Ik had mezelf inmiddels met opgetrokken benen op de bank geïnstalleerd. Het duurde daarna nog wel een tijdje voordat mijn hartslag normaal was, nóg langer voordat ik de grond weer aan durfde te raken en een uur voordat ik weer naar de WC durfde.
Opeens was ik heel blij dat we naar huis zouden gaan die dag.
Dit was het even voor nu. Verdere verhalen, onder andere over onze excursies, komen nog.
Dus...: wordt vervolgd.
6 juli 2008
Nog ... nachtjes slapen
Als een klein kind dat bijna jarig is tel ik inmiddels al een week af: vandaag is de stand "nog 2 nachtjes slapen..." Na die twee nachten is het dinsdag 8 juli. Dan begint mijnonze vakantie naar Tunesië. Een land waar het afgelopen week ruim 40 graden is geweest.. een land waar kameelrijden heel gewoon is.. een land waarin de lokale bevolking Arabisch is, maar toch Frans spreekt.. een land dat democratisch is en tegen geweld, maar stiekem moet je als toerist wel oppassen voor de arabieren die op alle hoeken klaar staan om je geld af te troggelen...
maar: vooral het land waar ons 5-sterren hotel waar we ons 11 dagen gaan vermaken ligt.
Dus over twee dagen rond deze tijd zijn we op Schiphol, ingecheckt en wel, en proberen we ons nog bezig te houden voordat we om 13 uur zullen vertrekken. Over 3 dagen zijn we nu misschien wel van een lunch in het all-inclusive restaurant aan het genieten. Over 4 dagen liggen we misschien wel bruiner-dan-bruin te worden aan het zwembad. Over 5 dagen rijden we rond deze tijd misschien wel op een kameel door de Sahara. Over 6 dagen zijn we misschien wel aan het winkelen in de hoofdstad Tunis. Over 7 dagen liggen we misschien nog wel op bed, omdat het de avond ervoor zo laat is geworden. Over 8 dagen...... enz. enz. enz.
Waar we ook zijn, en wat we ook doen over precies vijf, negen of elf dagen, we gaan het ontzettend naar ons zin hebben, dat begrijp je natuurlijk wel.
Tot over 14 dagen!
maar: vooral het land waar ons 5-sterren hotel waar we ons 11 dagen gaan vermaken ligt.
Dus over twee dagen rond deze tijd zijn we op Schiphol, ingecheckt en wel, en proberen we ons nog bezig te houden voordat we om 13 uur zullen vertrekken. Over 3 dagen zijn we nu misschien wel van een lunch in het all-inclusive restaurant aan het genieten. Over 4 dagen liggen we misschien wel bruiner-dan-bruin te worden aan het zwembad. Over 5 dagen rijden we rond deze tijd misschien wel op een kameel door de Sahara. Over 6 dagen zijn we misschien wel aan het winkelen in de hoofdstad Tunis. Over 7 dagen liggen we misschien nog wel op bed, omdat het de avond ervoor zo laat is geworden. Over 8 dagen...... enz. enz. enz.
Waar we ook zijn, en wat we ook doen over precies vijf, negen of elf dagen, we gaan het ontzettend naar ons zin hebben, dat begrijp je natuurlijk wel.
Tot over 14 dagen!
21 juni 2008
Hoe vrouwen voetbal kijken...
... Leuk, dat de Nederlandse vlag terugkomt in de kraag van hun shirtjes! Wie zou die ontworpen hebben? ...
10 juni 2008
Oranje-koorts
Gisterenavond kwam ik om 21:00 uit het groepsleslokaal in de sportschool. Het stond nog 0-0. Opgelucht dat Italië nog niet voor stond, ging ik me omkleden, stapte vervolgens op de fiets en reed naar huis.
Doodse stilte heerste op straat. Heel Nederland keek naar de wedstrijd. Geconcentreerd luisterde ik terwijl ik langs wat huizen fietste of ik gejuich kon horen. Nee. Niks...
Op het moment dat ik mijn flat binnenstapte weergalmde het door de hal. Door de echo was niet te bepalen of het een enthousiaste 'aaaaaaaahhh' of een teleurgestelde 'oehhhhhh' was. Mijn hart maakte een sprongetje en snel trok ik een sprintje naar boven, ik snelde me naar mijn TV en zapte naar de juiste zender: 2-0 stond het, voor ''ons''... (de 1-0 miste ik waarschijnlijk, omdat ik toen over een fabriekenterrein reed)
Ons. Ja. Ik hou wel van die zeldzame saamhorigheid. Het gebeurt immers niet vaak dat alle Nederlanders hetzelfde willen.
Zappend tijdens de rust kwam ik langs damesvoetbal in lingerie, langs talloze oranje-ringtones en als kers op de taart zond TMF 'we are the champions' uit. Heerlijk.
In de tweede helft zongen duizenden Hollandse monden 'Hup Holland Hup' en later ook nog ons volkslied. Ook kwam de 3-0, ondanks de verwoede pogingen van Italië om de nederlaag te beperken.
Een wedstrijd die door velen als onmogelijk-te-winnen werd beschouwd, is door het Nederlandse team vol glorie gewonnen. De oranjefans waren uitzinnig van blijdschap, maar in de interviews ontbrak deze uitzinnigheid bij de spelers. Dit was nog maar één overwinning, en ze gaan voor het kampioenschap.
Dat klinkt goed, vinden jullie ook niet?
Nou, één ding is zeker: ik had nooit verwacht dat ik gisterenavond voetbal-kijkend op mijn bank zou eindigen... En stiekem kijk ik nu al uit naar onze volgende wedstrijd...
Het is duidelijk...: mijn oranje koorts is weer een graadje gestegen.
Doodse stilte heerste op straat. Heel Nederland keek naar de wedstrijd. Geconcentreerd luisterde ik terwijl ik langs wat huizen fietste of ik gejuich kon horen. Nee. Niks...
Op het moment dat ik mijn flat binnenstapte weergalmde het door de hal. Door de echo was niet te bepalen of het een enthousiaste 'aaaaaaaahhh' of een teleurgestelde 'oehhhhhh' was. Mijn hart maakte een sprongetje en snel trok ik een sprintje naar boven, ik snelde me naar mijn TV en zapte naar de juiste zender: 2-0 stond het, voor ''ons''... (de 1-0 miste ik waarschijnlijk, omdat ik toen over een fabriekenterrein reed)
Ons. Ja. Ik hou wel van die zeldzame saamhorigheid. Het gebeurt immers niet vaak dat alle Nederlanders hetzelfde willen.
Zappend tijdens de rust kwam ik langs damesvoetbal in lingerie, langs talloze oranje-ringtones en als kers op de taart zond TMF 'we are the champions' uit. Heerlijk.
In de tweede helft zongen duizenden Hollandse monden 'Hup Holland Hup' en later ook nog ons volkslied. Ook kwam de 3-0, ondanks de verwoede pogingen van Italië om de nederlaag te beperken.
Een wedstrijd die door velen als onmogelijk-te-winnen werd beschouwd, is door het Nederlandse team vol glorie gewonnen. De oranjefans waren uitzinnig van blijdschap, maar in de interviews ontbrak deze uitzinnigheid bij de spelers. Dit was nog maar één overwinning, en ze gaan voor het kampioenschap.
Dat klinkt goed, vinden jullie ook niet?
Nou, één ding is zeker: ik had nooit verwacht dat ik gisterenavond voetbal-kijkend op mijn bank zou eindigen... En stiekem kijk ik nu al uit naar onze volgende wedstrijd...
Het is duidelijk...: mijn oranje koorts is weer een graadje gestegen.
18 mei 2008
"NIET PULKEN!"
Het staat in grote kapitalen op het zachtroze velletje post-it, dat met een extra plakbandje-voor-de-zekerheid aan het kleine spiegeltje op mijn bureau bevestigd is. Talloze keren deed ik aan dat bureau, voor dat spiegeltje, tien maal langer dan noodzakelijk over het inzetten of uitdoen van mijn lenzen. Gevangen door mijn reflectie, afgeleid van mijn lenzen, inspecteerde ik ieder puntje, pukkeltje en puistje op mijn kin, neus en voorhoofd. Deze zogenoemde T-zone pulkte ik daarna genadeloos kapot. Ieder puistje werd onthoofd, elke mee-eter werd door twee venijnige vingers uit zijn onderkomen gezet en alle korstjes die na/door de vorige inspectiebeurt als kleine daken op de wondjes waren gegroeid, werden stuk voor stuk door een scherpe nagel van hun helende taak verlost.
Het slagveld wat overbleef was helaas nooit overtuigend genoeg om een volgende keer te voorkomen. Ik bedekte mijn gehavende gezicht met make-up en kon dan eenvoudig negeren wat ik aanrichtte.
Lange tijd begreep ik niks van mijn gedrag. Waarom kon ik niet stoppen met mezelf kapot maken?
Inmiddels weet ik dat dit soort pulkgedrag theoretisch gezien op 3 manieren verklaard kan worden: het kan vergeleken worden met stress-verlagend nagelbijten, met gevoels-uitdovende zelfbeschadiging of met krabben-als-iets-jeukt-gewoon-omdat-het-lekker-is.
Terwijl ik voor alledrie deze verklaringen alleen maar onmogelijk moeilijke oplossingen zag, ontstond mijn eigen theorie: mijn gepulk is een tic-achtige verslaving waar ik simpelweg van zal moeten afkicken. Eén van die 3 theoretische opvattingen van hierboven zal vast ten grondslag aan deze verslaving liggen, maar is waarschijnlijk, zoals geldt bij veel onverklaarbaar gedrag, vervangen door gewoonte.
Zoals het hoort bij verslavingen besloot ik 1 januari (j.l.) te stoppen. toen ik 7 januari echt door mijn uitstel-smoezen heen was, begon mijn afkickpoging daadwerkelijk en ik deed álles om te voorkomen dat ik met mijn handen richting mijn gezicht ging. Ik weet nog goed dat deze poging vrij ónvlekkeloos verliep. Slaapdronken pulkte ik namelijk op 7 januari 's ochtends binnen een half uur het eerste korstje van mijn kin. Klaarwakker als ik toen acuut was, realiseerde ik me dat mijn goede voornemen me waarschijnlijk nóg moeilijker af zou gaan dan ik van te voren had ingeschat. Toch speelde ik het klaar. Eventjes. Hoe lang dat heeft geduurd weet ik niet meer, maar ik vermoed dat het pulken er toch al snel weer in begon te sluipen.
Volledig teruggevallen in mijn oude, verwoestende gedrag, plakte ik enkele dagen geleden, van plan om een nieuwe poging te wagen, ietwat beschaamd het verbiedende briefje midden op mijn spiegeltje, voorkomend dat ik mijzelf kan bekijken (in-de-spiegel-kijkend-pulken is schadelijker dan 'blind-pulken', vandaar dat mijn maatregel alleen die vorm bestrijdt).
NIET PULKEN!
staat er dik onderstreept op geschreven. Alleen als ik mijn lenzen in- of uitdoe, klap ik het papiertje even naar achteren, waardoor post-it en tekst gezamenlijk onzichtbaar zijn.
...En soms als ik iets vervelends uitstel. Dan kan ik me soms niet inhouden...
...maar ook soms juíst als ik me verveel...
...en daarnaast als ik een niet eerder ontdekt pukkeltje voel...
...en als dat ene korstje er 'even snel af moet'...
Het slagveld wat overbleef was helaas nooit overtuigend genoeg om een volgende keer te voorkomen. Ik bedekte mijn gehavende gezicht met make-up en kon dan eenvoudig negeren wat ik aanrichtte.
Lange tijd begreep ik niks van mijn gedrag. Waarom kon ik niet stoppen met mezelf kapot maken?
Inmiddels weet ik dat dit soort pulkgedrag theoretisch gezien op 3 manieren verklaard kan worden: het kan vergeleken worden met stress-verlagend nagelbijten, met gevoels-uitdovende zelfbeschadiging of met krabben-als-iets-jeukt-gewoon-omdat-het-lekker-is.
Terwijl ik voor alledrie deze verklaringen alleen maar onmogelijk moeilijke oplossingen zag, ontstond mijn eigen theorie: mijn gepulk is een tic-achtige verslaving waar ik simpelweg van zal moeten afkicken. Eén van die 3 theoretische opvattingen van hierboven zal vast ten grondslag aan deze verslaving liggen, maar is waarschijnlijk, zoals geldt bij veel onverklaarbaar gedrag, vervangen door gewoonte.
Zoals het hoort bij verslavingen besloot ik 1 januari (j.l.) te stoppen. toen ik 7 januari echt door mijn uitstel-smoezen heen was, begon mijn afkickpoging daadwerkelijk en ik deed álles om te voorkomen dat ik met mijn handen richting mijn gezicht ging. Ik weet nog goed dat deze poging vrij ónvlekkeloos verliep. Slaapdronken pulkte ik namelijk op 7 januari 's ochtends binnen een half uur het eerste korstje van mijn kin. Klaarwakker als ik toen acuut was, realiseerde ik me dat mijn goede voornemen me waarschijnlijk nóg moeilijker af zou gaan dan ik van te voren had ingeschat. Toch speelde ik het klaar. Eventjes. Hoe lang dat heeft geduurd weet ik niet meer, maar ik vermoed dat het pulken er toch al snel weer in begon te sluipen.
Volledig teruggevallen in mijn oude, verwoestende gedrag, plakte ik enkele dagen geleden, van plan om een nieuwe poging te wagen, ietwat beschaamd het verbiedende briefje midden op mijn spiegeltje, voorkomend dat ik mijzelf kan bekijken (in-de-spiegel-kijkend-pulken is schadelijker dan 'blind-pulken', vandaar dat mijn maatregel alleen die vorm bestrijdt).
NIET PULKEN!
staat er dik onderstreept op geschreven. Alleen als ik mijn lenzen in- of uitdoe, klap ik het papiertje even naar achteren, waardoor post-it en tekst gezamenlijk onzichtbaar zijn.
...En soms als ik iets vervelends uitstel. Dan kan ik me soms niet inhouden...
...maar ook soms juíst als ik me verveel...
...en daarnaast als ik een niet eerder ontdekt pukkeltje voel...
...en als dat ene korstje er 'even snel af moet'...
5 mei 2008
4 en 5 mei 2008
Gisterenavond klokslag 8 uur was heel Nederland 2 minuten stil. Ik ook. Met mijn mond stijfdicht werkten mijn hersens op volle toeren. Ik kon het niet helpen, maar ik vroeg me af hoe het meisje-met-de-trompet het voor elkaar kreeg precíes om 20.00.00 klaar te zijn met het welbekende dodenherdenking-deuntje. En zou ze nou erg zenuwachtig zijn? Ook vroeg ik me af hoe lang we nog met zijn allen dodenherdenking zullen vieren. ("Vieren".) Komt er een moment dat de tweede wereldoorlog té lang geleden is? Zal dodenherdenking over tientallen jaren misschien een fenomeen zijn waar enkele tientallen mensen aan deelnemen, terwijl de rest van Nederland rustig doorgaat met zijn dagelijkse bezigheden? Misschien is deze verandering dit jaar al wel begonnen. De meest gelovige mensen van ons land, de mensen voor wie zondagsrust een heilig goed is, mensen die vinden dat je niet 2 minuten van je zondag op kan geven om even aan oorlogsslachtoffers te denken in plaats van aan God, die mensen hebben hun dodenherdenking naar zaterdag verplaatst. Onbegeleid door muziek, misschien wel met een stopwatch in hun hand, zijn zij zaterdagavond om 8 uur 2 minuten stil geweest. Toch anders, lijkt me. De beelden van de Amsterdamse Dam horen er voor mij toch wel bij. Ik bedoel... ik denk wel vaker twee minuten lang in stilte aan nare dingen. Of het nou gaat om oorlog of andere mensenlevens nemende zaken. Het is voor mij pas dodenherdenking als ik op 4 mei naar een zwijgende mensenmassa op de Dam zit te kijken, daarna de koningin het volkslied zie zingen en dan een stel belangrijke mensen waarvan ik er vaak maar enkele ken kransen zie leggen hangen voor het monument. Zou dat voor onze meest gelovige Nederlanders anders zijn? Zouden zij het niet heel raar hebben gevonden om zonder al die begeleiding stil te moeten zijn?
Denkend over deze situatie bedacht ik dat God misschien wel flink baalt van zijn trouwe aanhangers. Normaal kan hij op 4 mei rekenen op 2 minuten stilte vanuit heel Nederland, en dit jaar wordt die rust door een stelletje fanatiekelingen verstoord.
Maar goed. Die 2 minuten waren zo om. Dat vind ik ieder jaar weer. 120 seconden zijn veel te kort, als je bedenkt om hoeveel doden het daadwerkelijk gaat: 72 miljoen doden. Een snelle berekening vertelde mij dat dat anderhalve microseconde betekent. Wij kunnen ons als mensen misschien nog nét iets bij milliseconden voorstellen, maar microseconden zijn voor ons betekenisloos. Anderhalve microseconde per dode is dus niets. In werkelijkheid herdenken wij oorlogsslachtoffers natuurlijk langer dan die 2 minuten per jaar, we doen het alleen maar eens per jaar zo massaal.
Maar waar denk je nou aan, tijdens die 2 minuten? Voor mij als 21-jarige, valt dat nog niet mee. Ik ken geen mensen die zijn overleden in de oorlog. Mijn opa's en oma's waren nog kinderen in de tijd van de oorlog, en zijn hier zonder kleerscheuren doorheen gekomen. Behalve Anne Frank, ken ik dus geen oorlogsslachtoffers. Toch heb ik geen microseconde aan Anne Frank besteed gisteren. Ik dacht even aan mijn oma, bij wie het woord oorlog nog steeds derdegraads kippenvel oplevert. En ik dacht aan de oorlogen van nu. Oorlogen waar ik meer gevoel bij heb, meer bij betrokken ben, maar toch zover vanaf sta. Misschien maar goed dat we niet langer dan 2 minuten stil hoeven te zijn en na te denken. Vrolijker word je er namelijk niet van.
Vandaag, 5 mei, vieren we met zijn allen dat we bevrijd zijn. En vooral dat we nu vrij zijn. Wij mogen denken en zeggen wat we willen (behalve over de koningin en haar familie), we mogen schrijven waarover we maar willen schrijven (behalve bij sprake van laster en smaad) en we mogen doen wat we maar willen doen (behalve als we daarmee een wet overtreden of andere mensen lastig vallen). Behalve dat mijn drie behalve's mij aan het denken zetten over de misschien toch niet onbegrensde vrijheid waarin ik leef, bedacht ik ook dat vrijheid vrij gevaarlijk kan zijn voor je eigen vrijheid in dit land. Ga je maar eens nét wat te vrij gedragen, en je vrijheid wordt zó tot een cel tot een cel van 10 m2 beperkt.
Is het goed dat wij zo vrij worden gelaten? Is het goed dat wij de vrijheid hebben om foute dingen te doen, omdat we daarvan leren? Is onze vrijheid belangrijker dan het handjevol mensen dat anderen kwaad doen door het uitbuiten van hun eigen vrijheid?
Hoe dan ook en ondanks alles: vrij zijn van oorlog is ons allen ontzettend waardevol. De vrede in ons land is niet optimaal, maar het wel waard om even bij stil te staan. Ik ga zo even heerlijk van de zon genieten buiten. En ik hoef niet bang te zijn voor rondvliegende kogels, bermbommen, vechtende burgers of binnenvallende veroverende mensen. Ik hoef alleen maar op te passen dat ik niet verbrand. Wat een luxe.
Denkend over deze situatie bedacht ik dat God misschien wel flink baalt van zijn trouwe aanhangers. Normaal kan hij op 4 mei rekenen op 2 minuten stilte vanuit heel Nederland, en dit jaar wordt die rust door een stelletje fanatiekelingen verstoord.
Maar goed. Die 2 minuten waren zo om. Dat vind ik ieder jaar weer. 120 seconden zijn veel te kort, als je bedenkt om hoeveel doden het daadwerkelijk gaat: 72 miljoen doden. Een snelle berekening vertelde mij dat dat anderhalve microseconde betekent. Wij kunnen ons als mensen misschien nog nét iets bij milliseconden voorstellen, maar microseconden zijn voor ons betekenisloos. Anderhalve microseconde per dode is dus niets. In werkelijkheid herdenken wij oorlogsslachtoffers natuurlijk langer dan die 2 minuten per jaar, we doen het alleen maar eens per jaar zo massaal.
Maar waar denk je nou aan, tijdens die 2 minuten? Voor mij als 21-jarige, valt dat nog niet mee. Ik ken geen mensen die zijn overleden in de oorlog. Mijn opa's en oma's waren nog kinderen in de tijd van de oorlog, en zijn hier zonder kleerscheuren doorheen gekomen. Behalve Anne Frank, ken ik dus geen oorlogsslachtoffers. Toch heb ik geen microseconde aan Anne Frank besteed gisteren. Ik dacht even aan mijn oma, bij wie het woord oorlog nog steeds derdegraads kippenvel oplevert. En ik dacht aan de oorlogen van nu. Oorlogen waar ik meer gevoel bij heb, meer bij betrokken ben, maar toch zover vanaf sta. Misschien maar goed dat we niet langer dan 2 minuten stil hoeven te zijn en na te denken. Vrolijker word je er namelijk niet van.
Vandaag, 5 mei, vieren we met zijn allen dat we bevrijd zijn. En vooral dat we nu vrij zijn. Wij mogen denken en zeggen wat we willen (behalve over de koningin en haar familie), we mogen schrijven waarover we maar willen schrijven (behalve bij sprake van laster en smaad) en we mogen doen wat we maar willen doen (behalve als we daarmee een wet overtreden of andere mensen lastig vallen). Behalve dat mijn drie behalve's mij aan het denken zetten over de misschien toch niet onbegrensde vrijheid waarin ik leef, bedacht ik ook dat vrijheid vrij gevaarlijk kan zijn voor je eigen vrijheid in dit land. Ga je maar eens nét wat te vrij gedragen, en je vrijheid wordt zó tot een cel tot een cel van 10 m2 beperkt.
Is het goed dat wij zo vrij worden gelaten? Is het goed dat wij de vrijheid hebben om foute dingen te doen, omdat we daarvan leren? Is onze vrijheid belangrijker dan het handjevol mensen dat anderen kwaad doen door het uitbuiten van hun eigen vrijheid?
Hoe dan ook en ondanks alles: vrij zijn van oorlog is ons allen ontzettend waardevol. De vrede in ons land is niet optimaal, maar het wel waard om even bij stil te staan. Ik ga zo even heerlijk van de zon genieten buiten. En ik hoef niet bang te zijn voor rondvliegende kogels, bermbommen, vechtende burgers of binnenvallende veroverende mensen. Ik hoef alleen maar op te passen dat ik niet verbrand. Wat een luxe.
5 april 2008
Auto's en peperkorrels
"Als ik een peperkorrel was, zou ik ook springen!"
"Oh, jij hebt auto's aan je voeten!"
Kennen jullie dat? Dat je soms dingen zegt die zonder volledige kennis van de situatie eromheen totaal onbegrijpelijk zijn? Deze twee opmerkingen kwamen uit mijn mond in de afgelopen week. Ik ben benieuwd of jullie kunnen raden wat de achterliggende gedachten van mijn uitspraken waren.
(Deelname alleen toegestaan als je geen deelnemer aan de desbetreffende situatie(s) bent geweest.)
"Oh, jij hebt auto's aan je voeten!"
Kennen jullie dat? Dat je soms dingen zegt die zonder volledige kennis van de situatie eromheen totaal onbegrijpelijk zijn? Deze twee opmerkingen kwamen uit mijn mond in de afgelopen week. Ik ben benieuwd of jullie kunnen raden wat de achterliggende gedachten van mijn uitspraken waren.
(Deelname alleen toegestaan als je geen deelnemer aan de desbetreffende situatie(s) bent geweest.)
27 maart 2008
Niet 100% tevreden...
Ik zat op die ongemakkelijke stoel, in een nog ongemakkelijkere houding en probeerde mijn ogen precies voor de lenzen in het brilachtige ding van de opticien te houden. Briláchtig... want zo groot en zo zwaar als dat ding is, zou voor geen enkele neus geschikt zijn. Gelukkig voor mij (en alle anderen die de opticien-ervaring met mij delen -veel natuurlijk-) zit dat brilachtige ding aan een stang vast, dus hoefde mijn neus geen grammetje van het gewicht ervan te dragen.
Ik klaagde over de kleine letters die sommige docenten tijdens colleges in hun presentaties gebruiken, en ik klaagde dat ik vaak de enige ben die die lettertjes niet kan lezen. Meneer de opticien knikte begrijpend en liet me wat letters voorlezen. Het ging niet slecht, dat besefte ik al snel, en het nieuws kwam dan ook niet als een verrassing: mijn zicht is met mijn lenzen gewoon 100%. Dat is goed nieuws, natuurlijk. Maar dit goede nieuws lost mijn leesproblemen tijdens colleges niet op. De begrijpende opticien snapte dat en legde uit dat er ook mensen zijn die (bijvoorbeeld) 120% zien. Mijn oren klapperden. Dat getalletje kan ik wiskundig gezien niet begrijpen. Waarom wordt mijn kennelijk-niet-perfecte-zicht 100% genoemd, terwijl het kennelijk nog beter kan? En waarom kunnen ze geen lenzen voor mij maken die mij richting die 120% helpen?
Omdat ik ook best wel begrijpend kan zijn, begreep ik dat de begrijpende opticien geen antwoord zou kunnen geven op mijn vervolgvragen en dat ik het met 100% zou moeten doen.
100%... een percentage waarover ik niet zou moeten klagen. En ik zou het ook niet eens in mijn hoofd halen, als ik niet zou weten dat er mensen beter bedeeld zijn. Maar nu... ben ik toch niet 100% tevreden.
Ik klaagde over de kleine letters die sommige docenten tijdens colleges in hun presentaties gebruiken, en ik klaagde dat ik vaak de enige ben die die lettertjes niet kan lezen. Meneer de opticien knikte begrijpend en liet me wat letters voorlezen. Het ging niet slecht, dat besefte ik al snel, en het nieuws kwam dan ook niet als een verrassing: mijn zicht is met mijn lenzen gewoon 100%. Dat is goed nieuws, natuurlijk. Maar dit goede nieuws lost mijn leesproblemen tijdens colleges niet op. De begrijpende opticien snapte dat en legde uit dat er ook mensen zijn die (bijvoorbeeld) 120% zien. Mijn oren klapperden. Dat getalletje kan ik wiskundig gezien niet begrijpen. Waarom wordt mijn kennelijk-niet-perfecte-zicht 100% genoemd, terwijl het kennelijk nog beter kan? En waarom kunnen ze geen lenzen voor mij maken die mij richting die 120% helpen?
Omdat ik ook best wel begrijpend kan zijn, begreep ik dat de begrijpende opticien geen antwoord zou kunnen geven op mijn vervolgvragen en dat ik het met 100% zou moeten doen.
100%... een percentage waarover ik niet zou moeten klagen. En ik zou het ook niet eens in mijn hoofd halen, als ik niet zou weten dat er mensen beter bedeeld zijn. Maar nu... ben ik toch niet 100% tevreden.
4 maart 2008
Koekje van eigen deeg.
'Voorbij' van Marco Borsato en Do. Een liedje van minstens 6 jaar oud. Misschien dat de meisjes het net hadden ontdekt, misschien dat dit al 6 jaar lang hun favoriete nummer is... ik weet het niet. Maar wat ik wel weet is dat ze het in de coupé in de trein waar ik vanmiddag mee naar huis reed herhaaldelijk en hard door de luidspreker van één van hun telefoons afspeelden. Een van hen zong telkens ook een aantal regels mee. In Idols zou Gordon lachend op de grond hebben gelegen, ik weet het zeker. Compleet toondoof.
Ik irriteerde me. En ik was niet de enige, denk ik. Maar niemand zei er iets van. Ik had het vermoeden dat de meisjes reactieloos door zouden gaan met zingen als iemand hen zou verzoeken hun koptelefoon te gebruiken zodat niet heel de coupé naar dezelfde muziek hoefde te luisteren. Iemand met een overdosis lef zou gewoon net zolang discussiëren en ruzie maken totdat hij gelijk had gekregen van de lawaaierige meiden. Ik ben niet zo iemand. Bovendien weet ik dat mijn emoties hoog zouden oplaaien, wat voor reactie de meisjes ook zouden geven. En dat had ik er niet voor over. Zo erg was mijn irritatie ook weer niet. (Het grootste nadeel van de situatie was achteraf gezien dat ik het liedje nu in mijn hoofd heb zitten.)
Hoe dan ook... tijdens het luisteren en mezelf irriteren was ik een beetje aan het fantaseren hoe je zo'n situatie op een manier kon oplossen waarbij je wél zeker weet dat de meisjes zouden luisteren. En ik bedacht de meest briljante oplossing, al zeg ik het zelf.
Mijn telefoon kan ook hard en op mijn telefoon staat ook muziek. Dus mocht ik ooit nog eens zo'n overdosis lef hebben, zal ik zo dicht mogelijk bij de muziek-luisteraars gaan zitten, mijn telefoon erbij pakken en keihard een ander liedje opzetten. In mijn gedachten zag ik de blik in hun ogen al, samen met hun opengevallen monden...
Wat zou dat geweldig zijn hè? Een koekje van eigen deeg, in een modern jasje. Als ik het ooit uitprobeer horen jullie het.
Ik irriteerde me. En ik was niet de enige, denk ik. Maar niemand zei er iets van. Ik had het vermoeden dat de meisjes reactieloos door zouden gaan met zingen als iemand hen zou verzoeken hun koptelefoon te gebruiken zodat niet heel de coupé naar dezelfde muziek hoefde te luisteren. Iemand met een overdosis lef zou gewoon net zolang discussiëren en ruzie maken totdat hij gelijk had gekregen van de lawaaierige meiden. Ik ben niet zo iemand. Bovendien weet ik dat mijn emoties hoog zouden oplaaien, wat voor reactie de meisjes ook zouden geven. En dat had ik er niet voor over. Zo erg was mijn irritatie ook weer niet. (Het grootste nadeel van de situatie was achteraf gezien dat ik het liedje nu in mijn hoofd heb zitten.)
Hoe dan ook... tijdens het luisteren en mezelf irriteren was ik een beetje aan het fantaseren hoe je zo'n situatie op een manier kon oplossen waarbij je wél zeker weet dat de meisjes zouden luisteren. En ik bedacht de meest briljante oplossing, al zeg ik het zelf.
Mijn telefoon kan ook hard en op mijn telefoon staat ook muziek. Dus mocht ik ooit nog eens zo'n overdosis lef hebben, zal ik zo dicht mogelijk bij de muziek-luisteraars gaan zitten, mijn telefoon erbij pakken en keihard een ander liedje opzetten. In mijn gedachten zag ik de blik in hun ogen al, samen met hun opengevallen monden...
Wat zou dat geweldig zijn hè? Een koekje van eigen deeg, in een modern jasje. Als ik het ooit uitprobeer horen jullie het.
Abonneren op:
Posts (Atom)