Ik doe het niet meer. Ik stop ermee! Ik wil er niks, maar dan ook echt niks, meer over horen!
Ik zal zorgen dat ik een CD aan heb staan in de auto op ieder heel en half uur; ik zal nu.nl uit mijn favorieten verwijderen, ik zal naar een andere televisiezender zappen zodra iemand met serieuze blik recht in de camera kijkt en zodra ik vermoed dat iemands zin, beginnend met woorden als 'heb je al gehoord dat...' of 'wat vind jij er eigenlijk van dat...' ongewenst gaat eindigen, zal ik mijn vingers in mijn oren stoppen en hard LALALALALALALA roepen, totdat diegene zijn mond weer sluit. Want ik ben er klaar mee. Het komt me mijn neus uit. Ik ben het spuugzat! Zolang nieuwsberichten zo negatief als ze nu zijn blijven, worden ze door mij geboycot!
Bezuinigingen, dood en verderf in het Midden-Oosten, crisis in het Westen, nog enkele bezuinigingen, oneindig duurder wordende benzine, weer wat bezuinigingen, steekpartij hier, dodelijk ongeluk daar, en natuurlijk nog meer bezuinigingen. Het is toch niet leuk meer? Dat vinden jullie toch ook? Ik kan niet de enige zijn die hier chagrijnig van wordt.
Natuurlijk is het niet alleen rozengeur en maneschijn in de wereld. Dat snap ik best. Ik kan ook echt wel een beetje slecht nieuws hebben. Maar het houdt ergens op. Dus trek ik een grens.
Althans... dat zou ik willen.
In werkelijkheid is het nieuws overal. Ook zonder krantenartikelen merk ik dat tanken steeds duurder wordt. Ook zonder nieuwsuitzending hoor ik de sirenes buiten. En ook als niemand mijn mening over actuele kwesties vraagt, hoor ik ze in de wandelgangen vanzelf voorbij komen. Het nieuws valt niet te vermijden. Hoe graag ik het ook zou willen; het kan niet.
Toch moet het wel wat leuker kunnen, vinden jullie ook niet? Een vleugje rozengeur door elke uitzending? Een lichtstreepje maneschijn over elke krantenpagina?
Als ik de baas zou zijn van het journaal zou ik het wel weten! Ik zou zorgen voor minstens 50% feel-good berichten. Iets over pasgeboren lammetjes, over van de zon genietende strandgasten, of over een mooie film in de bioscoop. Ik zou reportages maken over getalenteerde mensen, over mensen die zich inzetten voor een goed doel, of over een nieuwe tentoonstelling die de moeite waard is om te bezoeken. 'Komkommernieuws' zouden critici het denigrerend noemen, maar ik zou meer kijkers trekken dan welk ander journaal ook. Mensen hebben gewoon behoefte aan goed nieuws. Maar aan die vraag wordt nu door geen enkele nieuwsverschaffer voldaan. Zelfs het jeugdjournaal maakt tegenwoordig moedeloos. Om van de hopeloosheid die het 'grote mensen journaal' uitstraalt maar niet te spreken. Als ik de baas zou zijn, zou dat dus veranderen. Als ik de baas zou zijn, zouden we ondanks de narigheid in de wereld glimlachend het weerbericht ingaan. Als ik de baas zou zijn, zouden we weten dat er naast al die ellende nog veel meer mooie, leuke en fijne dingen gebeuren. Als ik de baas zou zijn, zouden mijn ochtendkijkers fluitend de dag beginnen en mijn avondkijkers een heerlijke nachtrust tegemoet gaan.
Bij deze dus mijn open sollicitatie.
Zo zie ík het.
En niet anders.
12 maart 2012
11 maart 2012
"Ach, dat komt nog wel"
Zou ik lui zijn?
Ik vraag me dat soms serieus af. Liever niet hoor. Ik zou liever al mijn tijd maximaal benutten en nooit denken: "ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet" of "later komt dit beter uit". De realiteit valt helaas tegen en de voorraad voorbeelden is onuitputtelijk.
Ik heb nog nóoit een volle vuilniszak meteen na het dichtknopen naar beneden gebracht. ("ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet", "later komt dit beter uit") Een mail die meer dan één regel antwoord van mij vraagt, klik ik weg. ("ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet", "later komt dit beter uit") Als mijn auto een lage bandenspanning heeft, een lege ruitenwisservloeistoftank of een kapot lampje kan er maanden zitten tussen met moment dat ik dit constateer en het moment dat ik er wat aan doe. ("ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet", "later komt dit beter uit") En dan heb ik het voor het gemak niet over hoe lang het duurt voor ik mijn auto was als hij vies is. Want dat is al ruim een jaar de taak van de regen...
De lijst van dingen die ik 'eigenlijk al had willen doen' is zo lang dat het me zeker een week of twee zou kosten om weer met een schone lei te beginnen. Maar eerlijk gezegd is deze lijst ook amper korter geworden in de 5 maanden die ik werkloos thuis zat. Hoeveel tijd ik heb is kennelijk geen relevante factor in dit verhaal. Maar wat dan wel? Hoeveel zin ik heb? Hoeveel beloning ik ervaar? Ik weet het niet zo goed. Zo zittend achter mijn computer kan ik me de weerstand niet eens voorstellen, maar na het vervangen van een vuilniszak voelt het echt als een enorme opgave om er meteen mee naar de container te lopen. En het leegruimen van de vaatwasser duurt misschien 10 minuten? Maar toch staat de nieuwe vieze afwas al ruim een dag in mijn gootsteen te wachten tot ik hun schone varianten weer in de kast zet.
Het klinkt nu misschien alsof mijn huis een zwijnenstal is en ik alleen maar op de bank hang, wachtend tot mijn klusjes door de kaboutertjes gedaan worden. Zo erg is het niet, gelukkig. Ik loop wel achter de feiten aan, ben zeker geen perfecte huisvrouw, maar zorg toch wel regelmatig dat de boel weer aan kant is. Sowieso op momenten dat ik bezoek krijg; misschien geen ideale motivatie, maar het werkt wel.
Een heel apart hoofdstuk in dit verhaal is sporten. Ik ben zo iemand die een fitnessabonnement neemt en vervolgens de sportschool sponsort zonder van de faciliteiten gebruik te maken omdat ik wel absoluut van plan ben om te sporten, maar puntje bij paaltje teveel redenen (smoesjes?) heb om niet te gaan. Moe...spierpijn...druk...verkouden... Uiteindelijk realiseer ik me dat het niet werkt en zeg ik mijn lidmaatschap op. Om me al snel daarna te bedenken dat ik eigenlijk wel moet sporten: goed voor mijn conditie, nuttige tijdsbesteding, goed voor mijn gewrichten (hoe vaak de fysiotherapeut wel niet het belang van sporten heeft benadrukt...) en daarnaast is klagen dat je broeken strakker zitten maar er vervolgens niks aan doen ook niet handig.
Met bovenstaande achterliggende gedachten sloot ik anderhalve week geleden mijn derde abonnement in 5 jaar tijd af. Uiteraard met veel twijfels, want waarom zou het nu anders zijn? Diezelfde vraag stelde ik aan degene die mij rondleidde in de sportschool. Hij vertelde me dat zij meer afwisseling bieden, waardoor sporten leuk blijft, en dat ze met sportcoaches werken waardoor je in de gaten gehouden wordt: als je niet komt, trekken ze vanzelf aan de bel en gaan ze met je in gesprek. Dat klonk wel goed. Bovendien is het dichtbij.(en een maandabonnement is zo duur dat niet gaan alleen al daarom een schuldgevoel veroorzaakt)
Sinds anderhalve week sta ik versteld van mezelf. Tijdens mijn 12 dagen lidmaatschap ben ik 7 keer geweest. ZEVEN keer! Ik geloof het eigenlijk zelf amper. Ik heb aan 3 groepslessen meegedaan, heb 2 keer gezwommen en heb me 2 keer op de fitnesstoestellen uitgeleefd, waarvan één keer met sportcoach om een trainingsschema op te stellen.
Ik denk dat het gaat lukken nu. Het voelt anders dan andere keren. Ik vind het fijn om even te gaan sporten. Het voelt als ontspanning. (Minder ontspannend is overigens dat ik al ruim een week spierpijn heb, en dat ik na 5 minuten op de crosstrainer sta te hijgen als een oud vrouwtje en waar ik eerst minuten lang buikspieroefeningen kon volhouden stort ik nu na 5 sit-ups op de grond alsof de instructrice iets onmenselijks van ons vraagt. Doelen genoeg dus nog.)
Na het sporten pak ik thuis netjes meteen mijn tas uit; natte handdoek uithangen, sportkleren laten luchten of in de was. Daarbij kan ik niet denken "ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet", "later komt dit beter uit", want iedereen weet hoe een sporttas gaat ruiken als je hem pas 'later' uitpakt. Vervolgens plof ik als vanouds op de bank. Want dat huishouden... "ach, dat komt nog wel", net als het beantwoorden van die mailtjes ("zo'n haast heeft dat niet") en al die andere dingen ("later komen die beter uit"). Met een beetje mazzel neem ik op weg naar de sportschool wel de volle vuilniszak mee. Ik kom immers pal langs de container. Zó lui ben ik dus ook weer niet!
Ik vraag me dat soms serieus af. Liever niet hoor. Ik zou liever al mijn tijd maximaal benutten en nooit denken: "ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet" of "later komt dit beter uit". De realiteit valt helaas tegen en de voorraad voorbeelden is onuitputtelijk.
Ik heb nog nóoit een volle vuilniszak meteen na het dichtknopen naar beneden gebracht. ("ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet", "later komt dit beter uit") Een mail die meer dan één regel antwoord van mij vraagt, klik ik weg. ("ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet", "later komt dit beter uit") Als mijn auto een lage bandenspanning heeft, een lege ruitenwisservloeistoftank of een kapot lampje kan er maanden zitten tussen met moment dat ik dit constateer en het moment dat ik er wat aan doe. ("ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet", "later komt dit beter uit") En dan heb ik het voor het gemak niet over hoe lang het duurt voor ik mijn auto was als hij vies is. Want dat is al ruim een jaar de taak van de regen...
De lijst van dingen die ik 'eigenlijk al had willen doen' is zo lang dat het me zeker een week of twee zou kosten om weer met een schone lei te beginnen. Maar eerlijk gezegd is deze lijst ook amper korter geworden in de 5 maanden die ik werkloos thuis zat. Hoeveel tijd ik heb is kennelijk geen relevante factor in dit verhaal. Maar wat dan wel? Hoeveel zin ik heb? Hoeveel beloning ik ervaar? Ik weet het niet zo goed. Zo zittend achter mijn computer kan ik me de weerstand niet eens voorstellen, maar na het vervangen van een vuilniszak voelt het echt als een enorme opgave om er meteen mee naar de container te lopen. En het leegruimen van de vaatwasser duurt misschien 10 minuten? Maar toch staat de nieuwe vieze afwas al ruim een dag in mijn gootsteen te wachten tot ik hun schone varianten weer in de kast zet.
Het klinkt nu misschien alsof mijn huis een zwijnenstal is en ik alleen maar op de bank hang, wachtend tot mijn klusjes door de kaboutertjes gedaan worden. Zo erg is het niet, gelukkig. Ik loop wel achter de feiten aan, ben zeker geen perfecte huisvrouw, maar zorg toch wel regelmatig dat de boel weer aan kant is. Sowieso op momenten dat ik bezoek krijg; misschien geen ideale motivatie, maar het werkt wel.
Een heel apart hoofdstuk in dit verhaal is sporten. Ik ben zo iemand die een fitnessabonnement neemt en vervolgens de sportschool sponsort zonder van de faciliteiten gebruik te maken omdat ik wel absoluut van plan ben om te sporten, maar puntje bij paaltje teveel redenen (smoesjes?) heb om niet te gaan. Moe...spierpijn...druk...verkouden... Uiteindelijk realiseer ik me dat het niet werkt en zeg ik mijn lidmaatschap op. Om me al snel daarna te bedenken dat ik eigenlijk wel moet sporten: goed voor mijn conditie, nuttige tijdsbesteding, goed voor mijn gewrichten (hoe vaak de fysiotherapeut wel niet het belang van sporten heeft benadrukt...) en daarnaast is klagen dat je broeken strakker zitten maar er vervolgens niks aan doen ook niet handig.
Met bovenstaande achterliggende gedachten sloot ik anderhalve week geleden mijn derde abonnement in 5 jaar tijd af. Uiteraard met veel twijfels, want waarom zou het nu anders zijn? Diezelfde vraag stelde ik aan degene die mij rondleidde in de sportschool. Hij vertelde me dat zij meer afwisseling bieden, waardoor sporten leuk blijft, en dat ze met sportcoaches werken waardoor je in de gaten gehouden wordt: als je niet komt, trekken ze vanzelf aan de bel en gaan ze met je in gesprek. Dat klonk wel goed. Bovendien is het dichtbij.
Sinds anderhalve week sta ik versteld van mezelf. Tijdens mijn 12 dagen lidmaatschap ben ik 7 keer geweest. ZEVEN keer! Ik geloof het eigenlijk zelf amper. Ik heb aan 3 groepslessen meegedaan, heb 2 keer gezwommen en heb me 2 keer op de fitnesstoestellen uitgeleefd, waarvan één keer met sportcoach om een trainingsschema op te stellen.
Ik denk dat het gaat lukken nu. Het voelt anders dan andere keren. Ik vind het fijn om even te gaan sporten. Het voelt als ontspanning. (Minder ontspannend is overigens dat ik al ruim een week spierpijn heb, en dat ik na 5 minuten op de crosstrainer sta te hijgen als een oud vrouwtje en waar ik eerst minuten lang buikspieroefeningen kon volhouden stort ik nu na 5 sit-ups op de grond alsof de instructrice iets onmenselijks van ons vraagt. Doelen genoeg dus nog.)
Na het sporten pak ik thuis netjes meteen mijn tas uit; natte handdoek uithangen, sportkleren laten luchten of in de was. Daarbij kan ik niet denken "ach, dat komt nog wel", "zo'n haast heeft dat niet", "later komt dit beter uit", want iedereen weet hoe een sporttas gaat ruiken als je hem pas 'later' uitpakt. Vervolgens plof ik als vanouds op de bank. Want dat huishouden... "ach, dat komt nog wel", net als het beantwoorden van die mailtjes ("zo'n haast heeft dat niet") en al die andere dingen ("later komen die beter uit"). Met een beetje mazzel neem ik op weg naar de sportschool wel de volle vuilniszak mee. Ik kom immers pal langs de container. Zó lui ben ik dus ook weer niet!
18 januari 2012
Getuige
Hij viel me al op vanaf de ingang van het winkelcentrum. Hij was druk om zich heen aan het kijken, waardoor zijn looptempo soms vertraagde en ik bijna op zijn hielen stapte. Terwijl ik hem inhaalde, genoeg hebbend van het aanpassen van mijn snelheid, stopte hij resoluut bij een koffietentje, waar hij een zwarte gebreide muts van het hek afpakte. Even plotseling als hij was gestopt, liep hij weer verder. Nu was het mijn beurt om te vertragen en ik liet de man weer voorbij lopen. Nieuwsgierig en enigszins verbaasd observeerde ik hem. Hij zette de muts op zijn hoofd en vervolgde zijn weg met grote zekere stappen. Hij was al op me uit aan het lopen en toen bleek dat hij links ging waar ik rechts moest, staakte ik mijn achtervolging.
De zwarte muts, waarschijnlijk door een vriendelijke voorbijganger gevonden en op het hekje van het koffietentje gelegd in een poging hem weer te verzoenen met degene die hem daar was verloren, is volgens mij niet bij de rechtmatige eigenaar terug. Deze man is misschien officieel geen dief. Maar het zich toe-eigenen van de muts, gebruik makend van zijn eigen snelheid en de onoplettendheid en onverschilligheid van omstanders, is op zijn minst oneerlijk te noemen.
Ondanks mijn verbazing over de situatie bemoeide ik me er niet mee. "Meneer, is dat wel uw muts?" zou ik hem op strenge toon kunnen vragen. "Hou je er buiten!" zou hij mogelijk vervolgens zeggen, of misschien krijgen we wel ruzie, of hij negeert me simpelweg en loopt verder. De kans dat hij zegt: "Ja, je hebt gelijk, ik had hem niet moeten pakken. Weet je wat, ik ga hem meteen terugleggen!" is bijzonder klein.
Om het bijbehorende conflict te vermijden houd ik mijn mond in situaties als dit. Je weet maar nooit hoe hoog het conflict oploopt en waarschijnlijk heeft mijn vermanend toespreken weinig effect. Ik zeg dus niks tegen mensen die een snoepje pakken uit de schepbakken in de winkel, ik hou mijn mond als een voorbijganger zijn afval op straat gooit en als ik zie dat iemand zwart rijdt in de metro zal ik me er niet mee bemoeien.
Voor jullie geldt hetzelfde toch? Volgens mij houden we allemaal liever onze mond. Zolang we er zelf geen last van hebben, doen we alsof onze neus bloedt.
Toch vraag ik me soms af of we misschien juist wel iets van dergelijke kleine misstanden zouden moeten zeggen? Moeten we elkaar niet op het rechte pad houden? Want als je sanctieloos met zulke relatief onbelangrijke dingen wegkomt, ga je dan niet steeds ergere dingen doen, wetend dat je toch ongestraft zult blijven?
Desondanks hou ik dus mijn mond als 'getuige'. Doe alsof ik niets zie. Vertel later misschien aan een vriendin wat voor bizars ik meemaakte, waarna we samen klagen over het steeds asocialer worden van onze samenleving. Of zijn wij als zwijgende getuigen eigenlijk net zo asociaal.....?
De zwarte muts, waarschijnlijk door een vriendelijke voorbijganger gevonden en op het hekje van het koffietentje gelegd in een poging hem weer te verzoenen met degene die hem daar was verloren, is volgens mij niet bij de rechtmatige eigenaar terug. Deze man is misschien officieel geen dief. Maar het zich toe-eigenen van de muts, gebruik makend van zijn eigen snelheid en de onoplettendheid en onverschilligheid van omstanders, is op zijn minst oneerlijk te noemen.
Ondanks mijn verbazing over de situatie bemoeide ik me er niet mee. "Meneer, is dat wel uw muts?" zou ik hem op strenge toon kunnen vragen. "Hou je er buiten!" zou hij mogelijk vervolgens zeggen, of misschien krijgen we wel ruzie, of hij negeert me simpelweg en loopt verder. De kans dat hij zegt: "Ja, je hebt gelijk, ik had hem niet moeten pakken. Weet je wat, ik ga hem meteen terugleggen!" is bijzonder klein.
Om het bijbehorende conflict te vermijden houd ik mijn mond in situaties als dit. Je weet maar nooit hoe hoog het conflict oploopt en waarschijnlijk heeft mijn vermanend toespreken weinig effect. Ik zeg dus niks tegen mensen die een snoepje pakken uit de schepbakken in de winkel, ik hou mijn mond als een voorbijganger zijn afval op straat gooit en als ik zie dat iemand zwart rijdt in de metro zal ik me er niet mee bemoeien.
Voor jullie geldt hetzelfde toch? Volgens mij houden we allemaal liever onze mond. Zolang we er zelf geen last van hebben, doen we alsof onze neus bloedt.
Toch vraag ik me soms af of we misschien juist wel iets van dergelijke kleine misstanden zouden moeten zeggen? Moeten we elkaar niet op het rechte pad houden? Want als je sanctieloos met zulke relatief onbelangrijke dingen wegkomt, ga je dan niet steeds ergere dingen doen, wetend dat je toch ongestraft zult blijven?
Desondanks hou ik dus mijn mond als 'getuige'. Doe alsof ik niets zie. Vertel later misschien aan een vriendin wat voor bizars ik meemaakte, waarna we samen klagen over het steeds asocialer worden van onze samenleving. Of zijn wij als zwijgende getuigen eigenlijk net zo asociaal.....?
14 januari 2012
Discriminatie?
Ik zag deze week twee films met racisme als thema: The Help; een Amerikaanse film die zich afspeelt in de jaren '60, en Doodslag; een Nederlandse film, met Theo Maassen in de hoofdrol. Beide films maakten veel indruk op me, waarschijnlijk nog versterkt door het feit dat ik ze kort na elkaar zag.
De discriminatie die in The Help te zien is vinden wij tegenwoordig onvoorstelbaar. Met gekromde tenen zag ik hoe de Afro-Amerikaanse vrouwen die wel door de blanken worden ingehuurd om hun huishouden te doen, tegelijkertijd geen gebruik mogen maken van hun WC's en behalve onderbetaald ook nog volledig respectloos behandeld worden. Nu, in de 21e eeuw, is discriminatie verboden volgens zowel onze Nederlandse grondwet als de Amerikaanse 'constitution' en kennen we zelfs een term als positieve discriminatie om maar te zorgen dat er écht niet gediscrimineerd wordt. De Verenigde Staten hebben momenteel bovendien hun eerste niet-blanke president! Een wereld van verschil met 50 jaar geleden. Toch?
De film Doodslag laat een andere kant van het verhaal zien. Een Marokkaanse jongen wordt doodgeslagen en de dader krijgt na het uitzitten van zijn gevangenisstraf bedreigingen naar zijn hoofd van de vrienden van de jongen. Ze beschuldigen hem van racisme, ook al was het ras van de jongen voor de dader volledig irrelevant. Tegenwoordig voelen minderheidsgroepen (en dat bedoel ik puur kwantitatief) zich soms iets te snel slachtoffer van discriminatie. Waardoor ze zichzelf in feite discrimineren. Autodiscriminatie? (Staat dat woord al in de Van Dale?) Een soort self fulfilling prophecy eigenlijk. Er al vanuit gaan dat anderen je zien als van een lagere klasse, en dan ook op basis daarvan op die ander reageren, waardoor je je minderwaardig opstelt. Waarschijnlijk zit in alle vormen van autodiscriminatie wel een kern van waarheid. Desondanks zouden we waarschijnlijk meer in ons leven bereiken als we ons niet zo zouden laten beïnvloeden door wat anderen misschien wel over je zouden kunnen denken.
Voor mij geldt dit ook. Misschien vooral op professioneel vlak, maar ook in andere situaties, kan ik soms denken dat men mij als jong en onervaren ziet en ik daarom niet serieus genomen word. Gedeeltelijk zal dit waarschijnlijk waar zijn, echter kansen om mezelf dan wel te bewijzen, laat ik soms (uit angst?) liggen, waardoor ik het beeld van anderen eerder bevestig dan ontkracht. Zonde. Maar ook lastig te veranderen.
Hieruit volgend ontstond een tweede zelfkritische vraag: hoe racistisch ben ik eigenlijk naar anderen?
Ik denk eigenlijk niet dat racisme altijd een keus is. Ik denk dat ook de minst racistische personen soms discriminerende gedachtes hebben. Misschien wel (bijna?) automatisch. Discrimineren doe je immers niet voor je lol, je doet het uit zelfbescherming; uit angst voor een bepaalde groep. Wanneer ik discrimineer?
Als ik in het donker op straat loop en een groep jongens zie die wat lachen en stoer doen, loop ik er met een ruime boog omheen... Als ik in een wat ongure wijk in Rotterdam loop houd ik mijn tas steviger vast als ik een jongen met pet, Nike Air Max en trainingsjas passeer, dan als ik een oud vrouwtje tegenkom... Als een man in net pak mij om wisselgeld voor een automaat vraagt, zal ik daar eerder mee instemmen dan als diezelfde man ongeschoren en op blote voeten op mij afstapt...
Is dit allemaal onterecht? Of is het een prima strategie om mezelf in veiligheid te houden?
Of het nu terecht of onterecht is; ik denk dat er mij verder weinig kwalijk genomen kan worden op het vlak van discriminatie. Of iemand nu homo, allochtoon, gehandicapt, wanstaltig lelijk of 100 kilo te zwaar is; ik behandel iedereen met respect. Daar hoef ik geen medaille of lintje voor hoor. Ik vind het doodnormaal.
Of het daadwerkelijk normaal is, vraag ik me echter af... Soms schrik ik ervan hoe mensen om mij heen over anderen praten. Hoe veroordelend ze kunnen zijn. En misschien doe ik dat ook wel, zonder me daar nu bewust van te zijn. Als ik denk aan de moeite die een homokoppel moet doen om te trouwen, hoe lastig het is voor een gehandicapte om werk te vinden en hoe elke willekeurige moslim angstig wordt aangekeken in het vliegtuig na de aanslagen op 11 september 2001, besef ik dat we er nog (lang?) niet zijn. Ook al is het de 21e eeuw en is er al veel veranderd vergeleken met een halve eeuw geleden; discriminatie is nog altijd een wezenlijk probleem.
Zullen we over nog eens 50 jaar in een wereld vol gelijkheid leven? Of zit discriminatie-loos leven misschien niet in onze aard? Ik ga er geen geld op inzetten.....
De discriminatie die in The Help te zien is vinden wij tegenwoordig onvoorstelbaar. Met gekromde tenen zag ik hoe de Afro-Amerikaanse vrouwen die wel door de blanken worden ingehuurd om hun huishouden te doen, tegelijkertijd geen gebruik mogen maken van hun WC's en behalve onderbetaald ook nog volledig respectloos behandeld worden. Nu, in de 21e eeuw, is discriminatie verboden volgens zowel onze Nederlandse grondwet als de Amerikaanse 'constitution' en kennen we zelfs een term als positieve discriminatie om maar te zorgen dat er écht niet gediscrimineerd wordt. De Verenigde Staten hebben momenteel bovendien hun eerste niet-blanke president! Een wereld van verschil met 50 jaar geleden. Toch?
De film Doodslag laat een andere kant van het verhaal zien. Een Marokkaanse jongen wordt doodgeslagen en de dader krijgt na het uitzitten van zijn gevangenisstraf bedreigingen naar zijn hoofd van de vrienden van de jongen. Ze beschuldigen hem van racisme, ook al was het ras van de jongen voor de dader volledig irrelevant. Tegenwoordig voelen minderheidsgroepen (en dat bedoel ik puur kwantitatief) zich soms iets te snel slachtoffer van discriminatie. Waardoor ze zichzelf in feite discrimineren. Autodiscriminatie? (Staat dat woord al in de Van Dale?) Een soort self fulfilling prophecy eigenlijk. Er al vanuit gaan dat anderen je zien als van een lagere klasse, en dan ook op basis daarvan op die ander reageren, waardoor je je minderwaardig opstelt. Waarschijnlijk zit in alle vormen van autodiscriminatie wel een kern van waarheid. Desondanks zouden we waarschijnlijk meer in ons leven bereiken als we ons niet zo zouden laten beïnvloeden door wat anderen misschien wel over je zouden kunnen denken.
Voor mij geldt dit ook. Misschien vooral op professioneel vlak, maar ook in andere situaties, kan ik soms denken dat men mij als jong en onervaren ziet en ik daarom niet serieus genomen word. Gedeeltelijk zal dit waarschijnlijk waar zijn, echter kansen om mezelf dan wel te bewijzen, laat ik soms (uit angst?) liggen, waardoor ik het beeld van anderen eerder bevestig dan ontkracht. Zonde. Maar ook lastig te veranderen.
Hieruit volgend ontstond een tweede zelfkritische vraag: hoe racistisch ben ik eigenlijk naar anderen?
Ik denk eigenlijk niet dat racisme altijd een keus is. Ik denk dat ook de minst racistische personen soms discriminerende gedachtes hebben. Misschien wel (bijna?) automatisch. Discrimineren doe je immers niet voor je lol, je doet het uit zelfbescherming; uit angst voor een bepaalde groep. Wanneer ik discrimineer?
Als ik in het donker op straat loop en een groep jongens zie die wat lachen en stoer doen, loop ik er met een ruime boog omheen... Als ik in een wat ongure wijk in Rotterdam loop houd ik mijn tas steviger vast als ik een jongen met pet, Nike Air Max en trainingsjas passeer, dan als ik een oud vrouwtje tegenkom... Als een man in net pak mij om wisselgeld voor een automaat vraagt, zal ik daar eerder mee instemmen dan als diezelfde man ongeschoren en op blote voeten op mij afstapt...
Is dit allemaal onterecht? Of is het een prima strategie om mezelf in veiligheid te houden?
Of het nu terecht of onterecht is; ik denk dat er mij verder weinig kwalijk genomen kan worden op het vlak van discriminatie. Of iemand nu homo, allochtoon, gehandicapt, wanstaltig lelijk of 100 kilo te zwaar is; ik behandel iedereen met respect. Daar hoef ik geen medaille of lintje voor hoor. Ik vind het doodnormaal.
Of het daadwerkelijk normaal is, vraag ik me echter af... Soms schrik ik ervan hoe mensen om mij heen over anderen praten. Hoe veroordelend ze kunnen zijn. En misschien doe ik dat ook wel, zonder me daar nu bewust van te zijn. Als ik denk aan de moeite die een homokoppel moet doen om te trouwen, hoe lastig het is voor een gehandicapte om werk te vinden en hoe elke willekeurige moslim angstig wordt aangekeken in het vliegtuig na de aanslagen op 11 september 2001, besef ik dat we er nog (lang?) niet zijn. Ook al is het de 21e eeuw en is er al veel veranderd vergeleken met een halve eeuw geleden; discriminatie is nog altijd een wezenlijk probleem.
Zullen we over nog eens 50 jaar in een wereld vol gelijkheid leven? Of zit discriminatie-loos leven misschien niet in onze aard? Ik ga er geen geld op inzetten.....
11 januari 2012
Creativiteit
Volgens mij is het altijd al zo geweest. Ik kan het me in ieder geval niet anders herinneren.
Ik weet nog dat ik als klein meisje in de keuken aan de slag ging met een maak-zelf-kaarsen-pakket en de mooiste kleurcombinaties probeerde te maken. Ik weet nog dat ik op een kinderfeestje van een vriendin leerde om 3D-kaarten te maken, waar ik daarna nooit meer mee gestopt ben. Ik weet nog dat ik een schriftje met notenbalken wilde hebben, zodat ik mijn eigen muziek kon componeren. Ik weet nog dat ik zelf een (5-pagina's lang?) boek schreef/tekende, wat daarna door de kopieermachine op mijn vaders werk 'uitgegeven' werd.
Nu ben ik 25, 'volwassen', en nog steeds haal ik mijn plezier uit dezelfde dingen: al mijn hobby's hebben creativiteit als kenmerkende eigenschap. Het is wel anders dan vroeger. Ik pak het wat serieuzer aan, streef wat meer naar kwaliteit, maak een vooropgesteld plan in plaats van zomaar wat te doen. Dat zal wel bij volwassen worden horen. Als kind ben je toch wat vrijer, je hebt dan niet per se inspiratie nodig om ergens aan te beginnen. Sterker nog; dat eerder genoemde zelf 'uitgegeven' boek barstte van het plagiaat. Het was gebaseerd op een tekenfilm, waarbij ik zowel het verhaal als de namen van de hoofdpersonen slechts zo minimaal had veranderd dat iedereen de oorsprong er zonder moeite uithaalde. En bij gebrek aan een geschikte melodie voor het liedje wat ik wilde schrijven, gebruikte ik gewoon een nummer wat ik al kende en verving de tekst voor mijn eigen verzinsel. Geen probleem uiteraard. Niet als kind, maar natuurlijk ook niet als volwassene: zolang je niet doet alsof je het zelf hebt verzonnen, zal niemand bezwaar maken. Daarom bestaat muziek maken voor mij tegenwoordig uit het naspelen en nazingen van andermans nummers. Als ik nu teken of schilder, ligt er een voorbeeldplaatje naast mijn papier. En als ik kook of bak is er altijd wel een recept dat ten grondslag ligt aan wat ik aan het maken ben.
Maar met schrijven is het anders. Als ik nu schrijf werk ik aan een écht persoonlijke creatie. Sinds 2003 plaats ik mijn schrijfsels op deze weblog. Ondanks de nodige ups, downs, stiltes en oplevingen staat hier inmiddels een flinke verzameling aan teksten. De één is serieus, de volgende pure flauwekul, soms gaat het over een algemeen maatschappelijke kwestie, een andere keer over mijn eigen luxeprobleem. Hoe dan ook en wat ik ook schrijf, ik weet zeker: dit is mijn ding, hier kan ik mijn creativiteit en de rest van mijzelf in kwijt. En zoals ik al ooit eerder zei: ik wil er iets mee. Ik wil zo goed, leuk of mooi (leren) schrijven dat mensen mijn boek in hun kast willen hebben.
Hoe ik dat project moet realiseren is me echter een raadsel. Ondanks het feit dat ik momenteel erg ruim zit in mijn vrije tijd en, in tegenstelling tot eerder, meerdere ideeën voor een geschikt plot in mijn hoofd heb, komt er weinig uit mijn handen. Kort geleden, op een dapper moment, begon ik met hoofdstuk 1. Het duurde zeker vier uur voordat ik het tot nu toe behaalde resultaat van 515 woorden op papier had staan. En eerlijk gezegd zou ik zelf al na een regel of twee afhaken; het lijkt nog nergens op.
Een boek schrijven is toch wel heel anders dan dit soort teksten op een weblog. Waar ik hier vrij kort en bondig van een inleiding via de kern richting het slot toeschrijf, is dat proces in een boek amper vergelijkbaar. Behoorlijk wennen dus. Maar uiteraard zet ik door! (En in de tussentijd blijf ik hier gewoon oefenen.) Tegen de tijd dat ik proeflezers nodig heb, horen jullie het!
Ik weet nog dat ik als klein meisje in de keuken aan de slag ging met een maak-zelf-kaarsen-pakket en de mooiste kleurcombinaties probeerde te maken. Ik weet nog dat ik op een kinderfeestje van een vriendin leerde om 3D-kaarten te maken, waar ik daarna nooit meer mee gestopt ben. Ik weet nog dat ik een schriftje met notenbalken wilde hebben, zodat ik mijn eigen muziek kon componeren. Ik weet nog dat ik zelf een (5-pagina's lang?) boek schreef/tekende, wat daarna door de kopieermachine op mijn vaders werk 'uitgegeven' werd.
Nu ben ik 25, 'volwassen', en nog steeds haal ik mijn plezier uit dezelfde dingen: al mijn hobby's hebben creativiteit als kenmerkende eigenschap. Het is wel anders dan vroeger. Ik pak het wat serieuzer aan, streef wat meer naar kwaliteit, maak een vooropgesteld plan in plaats van zomaar wat te doen. Dat zal wel bij volwassen worden horen. Als kind ben je toch wat vrijer, je hebt dan niet per se inspiratie nodig om ergens aan te beginnen. Sterker nog; dat eerder genoemde zelf 'uitgegeven' boek barstte van het plagiaat. Het was gebaseerd op een tekenfilm, waarbij ik zowel het verhaal als de namen van de hoofdpersonen slechts zo minimaal had veranderd dat iedereen de oorsprong er zonder moeite uithaalde. En bij gebrek aan een geschikte melodie voor het liedje wat ik wilde schrijven, gebruikte ik gewoon een nummer wat ik al kende en verving de tekst voor mijn eigen verzinsel. Geen probleem uiteraard. Niet als kind, maar natuurlijk ook niet als volwassene: zolang je niet doet alsof je het zelf hebt verzonnen, zal niemand bezwaar maken. Daarom bestaat muziek maken voor mij tegenwoordig uit het naspelen en nazingen van andermans nummers. Als ik nu teken of schilder, ligt er een voorbeeldplaatje naast mijn papier. En als ik kook of bak is er altijd wel een recept dat ten grondslag ligt aan wat ik aan het maken ben.
Maar met schrijven is het anders. Als ik nu schrijf werk ik aan een écht persoonlijke creatie. Sinds 2003 plaats ik mijn schrijfsels op deze weblog. Ondanks de nodige ups, downs, stiltes en oplevingen staat hier inmiddels een flinke verzameling aan teksten. De één is serieus, de volgende pure flauwekul, soms gaat het over een algemeen maatschappelijke kwestie, een andere keer over mijn eigen luxeprobleem. Hoe dan ook en wat ik ook schrijf, ik weet zeker: dit is mijn ding, hier kan ik mijn creativiteit en de rest van mijzelf in kwijt. En zoals ik al ooit eerder zei: ik wil er iets mee. Ik wil zo goed, leuk of mooi (leren) schrijven dat mensen mijn boek in hun kast willen hebben.
Hoe ik dat project moet realiseren is me echter een raadsel. Ondanks het feit dat ik momenteel erg ruim zit in mijn vrije tijd en, in tegenstelling tot eerder, meerdere ideeën voor een geschikt plot in mijn hoofd heb, komt er weinig uit mijn handen. Kort geleden, op een dapper moment, begon ik met hoofdstuk 1. Het duurde zeker vier uur voordat ik het tot nu toe behaalde resultaat van 515 woorden op papier had staan. En eerlijk gezegd zou ik zelf al na een regel of twee afhaken; het lijkt nog nergens op.
Een boek schrijven is toch wel heel anders dan dit soort teksten op een weblog. Waar ik hier vrij kort en bondig van een inleiding via de kern richting het slot toeschrijf, is dat proces in een boek amper vergelijkbaar. Behoorlijk wennen dus. Maar uiteraard zet ik door! (En in de tussentijd blijf ik hier gewoon oefenen.) Tegen de tijd dat ik proeflezers nodig heb, horen jullie het!
30 december 2011
Goede voornemens.
Het is bijna zover. Morgen, middernacht, breekt 2012 aan. Traditioneel als we zijn vieren we dit met het eten van oliebollen, het drinken van champagne en het afsteken (of bekijken) van vuurwerk. We tellen de secondes af tot 12 uur en wensen elkaar dan een gelukkig nieuwjaar. Ondanks de doodgewoonheid van het feit dat op elke dag weer een volgende dag volgt, vinden we dit nieuwe jaar bijzonder. We hechten er betekenis aan en zien het als een nieuwe start met nieuwe kansen.
Dat laatste brengt me bij de traditie die ik hiervoor oversloeg: goede voornemens. Een hoog percentage van de mensen maakt ze, maar puntje bij paaltje houdt bijna niemand zich eraan. Zonde? Ik vind van wel. Je maakt ze immers niet voor niets.
Eigenlijk hebben we het hele jaar door voornemens, of beter gezegd; plannen. Plannen die soms wel en soms niet lukken.
Want wie kent het niet? Een lege zondag vol voornemens; dit in het huishouden, dat in de administratie, die ene vriendin eindelijk eens bellen... Als je aan het eind van de dag de balans opmaakt baal je van jezelf: niks gedaan, behalve wat bankhangen en rondlummelen. Van zo'n dag geniet niemand. Terwijl het juist heerlijk kan zijn om een bewust ingeplande relaxdag te hebben. Echter; ongepland is het geen succes. We stellen onszelf teleur en dat komt hard aan. Eén keer is uiteraard nog geen ramp, maar als hier regelmaat in zit brokkelt je zelfvertrouwen stukje bij beetje af. Als dit opstapelt ontwikkel je met een beetje pech een algeheel mislukt en hopeloos gevoel, waardoor je dan maar stopt met plannen maken, want ze lukken je toch niet...
Dat doemscenario is gelukkig niet van toepassing op onze goede voornemens voor het nieuwe jaar. Of ze nu lukken of niet, het zal je zelfvertrouwen niet drastisch veranderen. Desondanks geldt hetzelfde principe: je doet een belofte aan jezelf en houdt je wel of niet aan je woord.
Wat wel het geval is bij nieuwjaarsvoornemens is dat het vaak gaat over grotere doelen. Ik bedoel; het kan mij niks schelen of jij op die ene lege zondag wel of niet je huishouden doet, maar als jij in 2012 wil stoppen met roken of 10 kilo afvallen of minder drinkenof meer sparen (oh, laat maar, het is crisis) is dat toch wat anders.
Geweldig, dat soort voornemens! Maar houd jezelf niet voor de gek, 2012 heeft geen magische krachten. Het feit dat het een nieuw jaar is gaat je niet helpen bij het slagen van je plannen. Jij bent zelf degene die de verandering moet maken. Maak daarom alleen voornemens waar je zelf echt achterstaat en houd het realistisch. Als je vandaag nog een pakje sigaretten wegrookt, een hele zak chips leeg eet, of een volle fles wijn leegkrijgt, is de kans extreem klein dat je dat overmorgen zomaar kan laten.
Maak dus concrete plannen, zorg voor een stappenplan als je voornemen niet in één keer te halen is, bedenk alvast wat je gaat doen als je het moeilijk hebt (hoe zoek je afleiding? wie vraag je om hulp?), zorg dat mislukken meer moeite kost dan slagen (dus geen sigaretten/snoepchipskoekjes/alcohol in huis halen!) en beloon jezelf voor elke overwinning! (en geef niet op bij een tegenslag) Het kan. Echt!
Of je plannen voor het nieuwe jaar nu groot of klein zijn, wereldveranderend of egoïstisch; ik wens je veel succes! Geloof in jezelf en ga ervoor!
En als je nou tot nu toe geen voornemens had voor 2012, neem je dan in ieder geval voor om alleen nog haalbare plannen te maken. Zorg dat je tevreden bent over jezelf; dat je je aan je eigen woord houdt. Misschien is dat wel het beste goede voornemen wat je kan hebben.
Dat laatste brengt me bij de traditie die ik hiervoor oversloeg: goede voornemens. Een hoog percentage van de mensen maakt ze, maar puntje bij paaltje houdt bijna niemand zich eraan. Zonde? Ik vind van wel. Je maakt ze immers niet voor niets.
Eigenlijk hebben we het hele jaar door voornemens, of beter gezegd; plannen. Plannen die soms wel en soms niet lukken.
Want wie kent het niet? Een lege zondag vol voornemens; dit in het huishouden, dat in de administratie, die ene vriendin eindelijk eens bellen... Als je aan het eind van de dag de balans opmaakt baal je van jezelf: niks gedaan, behalve wat bankhangen en rondlummelen. Van zo'n dag geniet niemand. Terwijl het juist heerlijk kan zijn om een bewust ingeplande relaxdag te hebben. Echter; ongepland is het geen succes. We stellen onszelf teleur en dat komt hard aan. Eén keer is uiteraard nog geen ramp, maar als hier regelmaat in zit brokkelt je zelfvertrouwen stukje bij beetje af. Als dit opstapelt ontwikkel je met een beetje pech een algeheel mislukt en hopeloos gevoel, waardoor je dan maar stopt met plannen maken, want ze lukken je toch niet...
Dat doemscenario is gelukkig niet van toepassing op onze goede voornemens voor het nieuwe jaar. Of ze nu lukken of niet, het zal je zelfvertrouwen niet drastisch veranderen. Desondanks geldt hetzelfde principe: je doet een belofte aan jezelf en houdt je wel of niet aan je woord.
Wat wel het geval is bij nieuwjaarsvoornemens is dat het vaak gaat over grotere doelen. Ik bedoel; het kan mij niks schelen of jij op die ene lege zondag wel of niet je huishouden doet, maar als jij in 2012 wil stoppen met roken of 10 kilo afvallen of minder drinken
Geweldig, dat soort voornemens! Maar houd jezelf niet voor de gek, 2012 heeft geen magische krachten. Het feit dat het een nieuw jaar is gaat je niet helpen bij het slagen van je plannen. Jij bent zelf degene die de verandering moet maken. Maak daarom alleen voornemens waar je zelf echt achterstaat en houd het realistisch. Als je vandaag nog een pakje sigaretten wegrookt, een hele zak chips leeg eet, of een volle fles wijn leegkrijgt, is de kans extreem klein dat je dat overmorgen zomaar kan laten.
Maak dus concrete plannen, zorg voor een stappenplan als je voornemen niet in één keer te halen is, bedenk alvast wat je gaat doen als je het moeilijk hebt (hoe zoek je afleiding? wie vraag je om hulp?), zorg dat mislukken meer moeite kost dan slagen (dus geen sigaretten/snoepchipskoekjes/alcohol in huis halen!) en beloon jezelf voor elke overwinning! (en geef niet op bij een tegenslag) Het kan. Echt!
Of je plannen voor het nieuwe jaar nu groot of klein zijn, wereldveranderend of egoïstisch; ik wens je veel succes! Geloof in jezelf en ga ervoor!
En als je nou tot nu toe geen voornemens had voor 2012, neem je dan in ieder geval voor om alleen nog haalbare plannen te maken. Zorg dat je tevreden bent over jezelf; dat je je aan je eigen woord houdt. Misschien is dat wel het beste goede voornemen wat je kan hebben.
23 december 2011
Fijne feestdagen!
Met zijn allen eten,
kosten noch moeite gespaard.
Exclusieve lekkernijen
en luxe gerechten op de kaart.
Mooi verpakte pakjes onder de boom,
door de "kerstman" "stiekem" langs gebracht.
Meer cadeaus dan je kan dragen,
en leuker dan je had verwacht.
Is het overdreven? Al die weelde?
Verliezen we onszelf in overdaad?
Ach, er is niets mis met jezelf en anderen verwennen,
zolang je maar niet vergeet waar kerstmis eigenlijk over gaat.
Ik wens je daarom een vredige kerst,
gelukkige en liefdevolle dagen.
Geniet van het samenzijn met naasten,
en laat geen zorgen aan je knagen.
Ook in 2012 gun ik je het allerbeste;
geluk en gezondheid en ook liefde en wijsheid,
(genoeg mazzel om het leuk te hebben,
genoeg uitdaging om het spannend te houden)
maar natuurlijk bóvenal een ge-wel-di-ge tijd!
Fijne feestdagen!
kosten noch moeite gespaard.
Exclusieve lekkernijen
en luxe gerechten op de kaart.
Mooi verpakte pakjes onder de boom,
door de "kerstman" "stiekem" langs gebracht.
Meer cadeaus dan je kan dragen,
en leuker dan je had verwacht.
Is het overdreven? Al die weelde?
Verliezen we onszelf in overdaad?
Ach, er is niets mis met jezelf en anderen verwennen,
zolang je maar niet vergeet waar kerstmis eigenlijk over gaat.
Ik wens je daarom een vredige kerst,
gelukkige en liefdevolle dagen.
Geniet van het samenzijn met naasten,
en laat geen zorgen aan je knagen.
Ook in 2012 gun ik je het allerbeste;
geluk en gezondheid en ook liefde en wijsheid,
(genoeg mazzel om het leuk te hebben,
genoeg uitdaging om het spannend te houden)
maar natuurlijk bóvenal een ge-wel-di-ge tijd!
Fijne feestdagen!
18 december 2011
Het mysterie van de verdwenen sokken.
Eigenlijk kan het niet. Maar ik weet zeker dat jullie het allemaal hebben meegemaakt. Hoe georganiseerd of chaotisch je huishouden ook is; dit fenomeen komt overal voor.
Sokken koop je in paren. Logisch, gezien onze tweebenigheid. Je draagt ze ook tegelijk. Gooit ze samen in de was. Je doet ze met zijn tweeën in de droger of hangt ze aan de waslijn. En uiteindelijk belanden ze weer als paar in je kast.
Althans, in theorie. In de praktijk verdwijnen sokken. Spoorloos. En om nooit meer terug te komen.
Ik dacht altijd dat dat onzin was. Iets kán niet verdwijnen. Dingen kunnen kwijt raken, of van vorm veranderen, maar verdwijnen bestaat natuurkundig gezien niet. Die sokken zullen vast gewoon zijn kwijt geraakt, dacht ik altijd. Zo'n grote berg was.. en dan die kleine sokken... Die liggen vast achter de wasmachine of onder een kast ofzo. Die kom je dan vanzelf een keer tegen bij een grote schoonmaak of verhuizing. Niks mysterieus aan.
Toen ik uit huis ging en mijn eigen was moest gaan doen ontdekte ik al snel dat het niet zo simpel was. Een sok die kwijt is, zou je door goed zoeken moeten kunnen vinden. althans, in theorie (alweer). In de praktijk kan je zoeken tot je scheel ziet, maar een verdwenen sok laat zich niet zo makkelijk vinden.
Mijn eerste halve paar heb ik lang bewaard in de overtuiging zijn tweelingbroer nog terug te gaan vinden. Toen ik een half jaar geleden verhuisde en hij uiteindelijk nergens tevoorschijn kwam heb ik de eenzame sok toch maar weggegooid.
Waar ik in mijn vorige woning nog waste in een gezamenlijk washok, heb ik nu mijn eigen wasmachine. Waar die eerste verdwenen sok dus nog achter de machine kan zijn gevallen waarna hij door de schoonmakers is weggegooid, heb ik nu wat dat betreft alle touwtjes zelf in handen. Toen ik een tijdje geleden weer een sok kwijt was, heb ik dan ook goed gecontroleerd of hij niet achter mijn wasmachine of droger lag. Niet dus. En ook op andere sokkenverstopplekken heb ik hem niet kunnen vinden.
(Ik heb zelfs de optie dat de wasmachine ze 'opeet' overwogen. Niet heel reëel, maar je moet toch wat. Ik begreep al snel dat dit onmogelijk was, want de watergaatjes in de wastrommel van je wasmachine kunnen niet eens het allerkleinste babysokje opslurpen.)
Waar blijven die verdwenen sokken? Waarom zijn ze onvindbaar? En hoe komt het dat iedereen hier last van heeft, maar niemand een antwoord heeft?
'Verdwenen sokken' googelen levert 145.000 hits op (als ik straks 'publiceren' heb aangeklikt 145.001? of worden die getallen afgerond?) en de Engelse vertaling komt uit op bijna 5 miljoen resultaten!
Het is misschien een luxeprobleem (want geen verdwenen sok heeft mij ooit blootsvoets de dag door gedwongen) maar het houdt ons absoluut bezig! Misschien komt iemand op een dag met een oplossing. Tot die tijd blijf ik hoopvol mijn eenlingen opsparen...
Sokken koop je in paren. Logisch, gezien onze tweebenigheid. Je draagt ze ook tegelijk. Gooit ze samen in de was. Je doet ze met zijn tweeën in de droger of hangt ze aan de waslijn. En uiteindelijk belanden ze weer als paar in je kast.
Althans, in theorie. In de praktijk verdwijnen sokken. Spoorloos. En om nooit meer terug te komen.
Ik dacht altijd dat dat onzin was. Iets kán niet verdwijnen. Dingen kunnen kwijt raken, of van vorm veranderen, maar verdwijnen bestaat natuurkundig gezien niet. Die sokken zullen vast gewoon zijn kwijt geraakt, dacht ik altijd. Zo'n grote berg was.. en dan die kleine sokken... Die liggen vast achter de wasmachine of onder een kast ofzo. Die kom je dan vanzelf een keer tegen bij een grote schoonmaak of verhuizing. Niks mysterieus aan.
Toen ik uit huis ging en mijn eigen was moest gaan doen ontdekte ik al snel dat het niet zo simpel was. Een sok die kwijt is, zou je door goed zoeken moeten kunnen vinden. althans, in theorie (alweer). In de praktijk kan je zoeken tot je scheel ziet, maar een verdwenen sok laat zich niet zo makkelijk vinden.
Mijn eerste halve paar heb ik lang bewaard in de overtuiging zijn tweelingbroer nog terug te gaan vinden. Toen ik een half jaar geleden verhuisde en hij uiteindelijk nergens tevoorschijn kwam heb ik de eenzame sok toch maar weggegooid.
Waar ik in mijn vorige woning nog waste in een gezamenlijk washok, heb ik nu mijn eigen wasmachine. Waar die eerste verdwenen sok dus nog achter de machine kan zijn gevallen waarna hij door de schoonmakers is weggegooid, heb ik nu wat dat betreft alle touwtjes zelf in handen. Toen ik een tijdje geleden weer een sok kwijt was, heb ik dan ook goed gecontroleerd of hij niet achter mijn wasmachine of droger lag. Niet dus. En ook op andere sokkenverstopplekken heb ik hem niet kunnen vinden.
(Ik heb zelfs de optie dat de wasmachine ze 'opeet' overwogen. Niet heel reëel, maar je moet toch wat. Ik begreep al snel dat dit onmogelijk was, want de watergaatjes in de wastrommel van je wasmachine kunnen niet eens het allerkleinste babysokje opslurpen.)
Waar blijven die verdwenen sokken? Waarom zijn ze onvindbaar? En hoe komt het dat iedereen hier last van heeft, maar niemand een antwoord heeft?
'Verdwenen sokken' googelen levert 145.000 hits op (als ik straks 'publiceren' heb aangeklikt 145.001? of worden die getallen afgerond?) en de Engelse vertaling komt uit op bijna 5 miljoen resultaten!
Het is misschien een luxeprobleem (want geen verdwenen sok heeft mij ooit blootsvoets de dag door gedwongen) maar het houdt ons absoluut bezig! Misschien komt iemand op een dag met een oplossing. Tot die tijd blijf ik hoopvol mijn eenlingen opsparen...
28 november 2011
Trots?
'Je bent zeker ook wel trots op jezelf?', vragen mensen soms nadat ze hun eigen trots al hebben geuit. Na mijn afstuderen vooral. Het antwoord wat ik gaf was nooit bevestigend. Trots? Nou, nee. Blij dat ik eindelijk klaar was, dat wel. Maar trots? Ik had toch niks bijzonders gedaan? Ik deed gewoon wat ik moest doen om mijn studie af te ronden.
De personen die hierover in gesprek gingen met mij, vroegen soms verbaasd waarop ik dan wel trots was. Wederom was mijn antwoord dan niet naar verwachting. Trots? Geen idee...
Ik ken dat gevoel niet zo goed, geloof ik. Trots is pas passend als ik iets doe wat voor mij heel bijzonder is, iets waarvan ik niet had gedacht dat het me zou lukken. Dat wil niet zeggen dat ik nooit blij of tevreden ben hoor! Maar zolang ik presteer naar mijn eigen verwachting zit er niet meer in, ben ik bang.
Om te zorgen dat ik trots op mezelf ben zal ik dus dingen moeten doen die ik normaal niet doe.
Vandaag deed ik dat.
Gisteren al deed ik het voorbereidende schuurwerk, en vandaag schilderde ik 4 binnendeuren 'nootmuskaat-bruin'. Nooit eerder voerde ik een dergelijk project zelfstandig uit. Nooit eerder deed ik zo'n klus van begin tot eind in mijn eentje. Toen aan het eind van de middag het eind van de deuren in zicht was, realiseerde ik me dat mijn planning klopte, dat het goed was gegaan en dat het resultaat niet beter kon. Eindelijk overviel dat gevoel me: trots!
De personen die hierover in gesprek gingen met mij, vroegen soms verbaasd waarop ik dan wel trots was. Wederom was mijn antwoord dan niet naar verwachting. Trots? Geen idee...
Ik ken dat gevoel niet zo goed, geloof ik. Trots is pas passend als ik iets doe wat voor mij heel bijzonder is, iets waarvan ik niet had gedacht dat het me zou lukken. Dat wil niet zeggen dat ik nooit blij of tevreden ben hoor! Maar zolang ik presteer naar mijn eigen verwachting zit er niet meer in, ben ik bang.
Om te zorgen dat ik trots op mezelf ben zal ik dus dingen moeten doen die ik normaal niet doe.
Vandaag deed ik dat.
Gisteren al deed ik het voorbereidende schuurwerk, en vandaag schilderde ik 4 binnendeuren 'nootmuskaat-bruin'. Nooit eerder voerde ik een dergelijk project zelfstandig uit. Nooit eerder deed ik zo'n klus van begin tot eind in mijn eentje. Toen aan het eind van de middag het eind van de deuren in zicht was, realiseerde ik me dat mijn planning klopte, dat het goed was gegaan en dat het resultaat niet beter kon. Eindelijk overviel dat gevoel me: trots!
26 november 2011
GSM's anno 2011
14 was ik toen ik mijn eerste mobiele telefoon kreeg. Een tweedehands motorola. Ik zat in de tweede klas van de middelbare school en moest hiervoor elke dag 20 kilometer heen en weer reizen. Handig dus om naar huis te kunnen bellen als het openbaar vervoer vertraagd of volledig afwezig was. Meer dan bellen kon ik er overigens ook niet mee. In die tijd werd smsen namelijk nog niet door alle providers aangeboden. Een 'echte' telefoon dus.
Ik vond het maar wat stoer toen. Ook al kan niemand zich daar nu nog wat bij voorstellen; zo blij zijn met een telefoon die 'niks' kan. Want dat is toch hoe wij nu zouden denken over een telefoon die alleen kan bellen, ondanks dat dat de oorspronkelijke functie ervan is?
De eerste dag dat ik mijn telefoon had liet ik hem apetrots aan mijn klasgenoten zien. In de les borg ik hem netjes op. Met een tweedehands telefoon krijg je echter een tweedehands nummer en totdat alle contacten van de eerste eigenaar daarvan op de hoogte zijn, verstrijkt helaas flink wat tijd. Mijn telefoon ging dan ook meteen die ochtend af tijdens de les. Ik herkende mijn beltoon nog niet, dus keek ik samen met de klas rond, zoekend naar de schuldige, totdat ik besefte dat het geluid uit mijn jaszak kwam. Met een rood hoofd zette ik hem snel uit. De leraren moesten indertijd gelukkig nog net zo wennen aan die mobieltjes als wij, waardoor mijn lesverstoring onbestraft bleef.
We zijn nu 10 jaar verder. Telefoons kunnen naast bellen zóveel meer dat ik het hier niet eens ga typen. Het zijn kleine computers geworden. In 2001 hadden we dit als science fiction gezien die voorlopig geen realiteit zou worden. De mobiele telefoons zijn niet meer uit onze levens weg te denken.
Af en toe vraag ik me af hoe blij we moeten zijn met die ontwikkeling. Is het echt een verbetering? Zijn onze levens leuker geworden? Met een mobiele telefoon kan je áltijd iedereen bereiken. Met internet op je telefoon heb je áltijd alles voorhanden. Je kan iedereen bellen, alles opzoeken.. uitstellen is niet nodig. Is dat nou echt zo goed?
Soms denk ik van niet. Als ik in de bioscoop word afgeleid door de verlichte schermen van mobieltjes (wat ik écht niet snap.. want waarom betaal je 10 euro voor de film als je die film niet boeiend genoeg vindt om helemáál te kijken?), als een vriend(in) zijn/haar aandacht (onsuccesvol) verdeelt tussen ons gesprek en zijn/haar telefoon...
Ik zie mezelf niet als zo'n telefoonverslaafde (ook al baal ik wel hard als ik hem ben vergeten). Als ik alleen ben gebruik ik hem veel, maar in gezelschap vind ik het niet meer dan normaal om je telefoon op te bergen. En tijdens een film kijk ik naar die film. In de trein bel ik hooguit met een laag stemvolume en bij de kassa van de supermarkt pauzeer ik een telefoongesprek even uit beleefdheid naar de cassière.
Desondanks gaat volgende week mijn nieuwe telefoonabonnement in; weer mét een (flinke) internetbundel. Wordfeud is namelijk geweldig, overal treintijden en busdienstregelingen kunnen checken is erg handig, binnenkomende mails meteen kunnen lezen en eventueel beantwoorden heeft ook zo zijn voordelen en waar ik ook ben een berichtje op twitter of facebook kunnen plaatsen is ook fijn.
Ik hoop wel dat de 'rage' ooit wat zal afzwakken. Dat die telefoons weer wat meer een gebruiksvoorwerp worden en wat minder een extra plastic ledemaat. Want waar we op onze telefoon absoluut en zeker weten niks willen missen, missen we in het hier en nu steeds meer...
Ik vond het maar wat stoer toen. Ook al kan niemand zich daar nu nog wat bij voorstellen; zo blij zijn met een telefoon die 'niks' kan. Want dat is toch hoe wij nu zouden denken over een telefoon die alleen kan bellen, ondanks dat dat de oorspronkelijke functie ervan is?
De eerste dag dat ik mijn telefoon had liet ik hem apetrots aan mijn klasgenoten zien. In de les borg ik hem netjes op. Met een tweedehands telefoon krijg je echter een tweedehands nummer en totdat alle contacten van de eerste eigenaar daarvan op de hoogte zijn, verstrijkt helaas flink wat tijd. Mijn telefoon ging dan ook meteen die ochtend af tijdens de les. Ik herkende mijn beltoon nog niet, dus keek ik samen met de klas rond, zoekend naar de schuldige, totdat ik besefte dat het geluid uit mijn jaszak kwam. Met een rood hoofd zette ik hem snel uit. De leraren moesten indertijd gelukkig nog net zo wennen aan die mobieltjes als wij, waardoor mijn lesverstoring onbestraft bleef.
We zijn nu 10 jaar verder. Telefoons kunnen naast bellen zóveel meer dat ik het hier niet eens ga typen. Het zijn kleine computers geworden. In 2001 hadden we dit als science fiction gezien die voorlopig geen realiteit zou worden. De mobiele telefoons zijn niet meer uit onze levens weg te denken.
Af en toe vraag ik me af hoe blij we moeten zijn met die ontwikkeling. Is het echt een verbetering? Zijn onze levens leuker geworden? Met een mobiele telefoon kan je áltijd iedereen bereiken. Met internet op je telefoon heb je áltijd alles voorhanden. Je kan iedereen bellen, alles opzoeken.. uitstellen is niet nodig. Is dat nou echt zo goed?
Soms denk ik van niet. Als ik in de bioscoop word afgeleid door de verlichte schermen van mobieltjes (wat ik écht niet snap.. want waarom betaal je 10 euro voor de film als je die film niet boeiend genoeg vindt om helemáál te kijken?), als een vriend(in) zijn/haar aandacht (onsuccesvol) verdeelt tussen ons gesprek en zijn/haar telefoon...
Ik zie mezelf niet als zo'n telefoonverslaafde (ook al baal ik wel hard als ik hem ben vergeten). Als ik alleen ben gebruik ik hem veel, maar in gezelschap vind ik het niet meer dan normaal om je telefoon op te bergen. En tijdens een film kijk ik naar die film. In de trein bel ik hooguit met een laag stemvolume en bij de kassa van de supermarkt pauzeer ik een telefoongesprek even uit beleefdheid naar de cassière.
Desondanks gaat volgende week mijn nieuwe telefoonabonnement in; weer mét een (flinke) internetbundel. Wordfeud is namelijk geweldig, overal treintijden en busdienstregelingen kunnen checken is erg handig, binnenkomende mails meteen kunnen lezen en eventueel beantwoorden heeft ook zo zijn voordelen en waar ik ook ben een berichtje op twitter of facebook kunnen plaatsen is ook fijn.
Ik hoop wel dat de 'rage' ooit wat zal afzwakken. Dat die telefoons weer wat meer een gebruiksvoorwerp worden en wat minder een extra plastic ledemaat. Want waar we op onze telefoon absoluut en zeker weten niks willen missen, missen we in het hier en nu steeds meer...
Abonneren op:
Berichten (Atom)